Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
214
De Wicklowbergen in 't zuidoosten van Ierland bestaan niet, zooals de
gebergten van Munster, uit verschillende groepen, maar vormen meer één
geheel. De kern van dit gebergte bestaat uit graniet; op de oosthelling
komen vulkanische gesteenten voor. Door de nabijheid van de hoofdstad
des lands zoowel als door de mooie natuur trekken de Wicklowbergen
vele bezoekers. Hier is de „Meeting of the Waters", door Thomas Moore
zoo schoon bezongen, waar de Avon more en de Avon beg (= de groote
en de kleine rivier) zich tusschen eiken en met klimop begroeide rotsen
vereenigen, om de Ovoca of de Avoca te vormen.
Veel wilder, maar niet minder schoon zijn de bergen van Connemara
op het bijna eilandvormige stuk lands tusschen de baaien van Clew en
van Galway, den oceaan en de twee groote meren Mask en Corrib. De
Nephin bergen ten N. van de Clew baai hebben ongeveer hetzelfde woeste
karakter en ongeveer dezelfde hoogte: 6 a 800 M. De van het ZW. naar
het NO. loopende ketenen in de westelijke helft van Ulster herinneren
meer de bergen van Wicklow.
De jongste bergen van Ierland zijn de bergen van Mourne en van Car-
lingford, die zich aan weerszijden van de golf van Carlingford verheffen.
Ofschoon niet de hoogste berg van het eiland, vertoont Slieve-Donard, de
hoogste top der Mournebergen, zich door zijne steilte trotsch en indruk-
wekkend. Het geheele noordoosten van Ierland is van vulkanischen oor-
sprong, het gedeelte n.l. tusschen lough Toyle, lough Neagh en de golf
van Belfast. Dit land wordt het plateau van Antrim genoemd, ofschoon
sommige toppen er zich tot meer dan 4 en 500 M. boven de zee verhef-
fen. Dit plateau van Antrim is bijkans geheel met lagen lava bedekt ter
dikte van waarschijnlijk 330 M. Het vertoont niet de kegelvormige bergen
en de kraters van het hoogland van Auvergne, dat ten deele uit denzelfden
tijd van de tertiaire periode dateert, maar al wat de vulkanen hebben
uitgeworpen, is er door het water en de gletschers geëffend. Alleen daar
vertoonen de lavamassa's zich nog in hare grootschheid, waar heur onder-
grond door de golven der zee is weggeslagen en ze zich dus als overhan-
gende rotsen voordoen. Dat is b. v. het geval aan lough Toyle. Op andere
plaatsen vormen de lavastroomen reusachtige trappen, waarvan elke trede
uit bazaltzuilen bestaat. Kaap Benmore {= groote rots) heeft bazaltzuilen
van meer dan honderd meter hoogte, de hoogste van Europa. Eene andere,
algemeen bekende merkwaardigheid van Antrim is de Reuzendam (Giant's
Causeway), volgens de overlevering een overblijfsel van een' weg die naar
Schotland leidde. In werkelijkheid heeft hier dan ook in vroegere tijdper-
ken eene natiuirlijke verbinding tusschen Ierland en Schotland bestaan. De
Reuzendam bestaat uit veertigduizend bazaltzuilen, die door de golven
worden bespoeld en zeer dicht aan elkander staan.
Een regenrijk land als Ierland, dat als een schotel uit welks rand hier
en daar stukken zijn geslagen, in 't midden laag is en aan de randen hoog,
moet in 't binnenland wel vele meren en moerassen hebben. Alle lersche
meren beslaan gezamenlijk eene oppervlakte van 2300 □ kilom. In 't wes-