Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
213
deelten bestaat weder uit twee natuurlijke afdeelingen. In 't noordoosten
steekt het gedeelte tusschen de baaien van Dundalk en van Donegal eenigs-
zins schiereilandvormig uit en vormt een afzonderlijk bergland; het is de
provincie Ulster. In het noordwesten is Connaught eveneens een afzonder-
lijk berg- en merenland. Evenzoo worden Munster, in 't zuidwesten, en
T^einster, in 't zuidoosten van elkaar gescheiden, en wel door de vlakten
van Tipperary, terwijl het grootste gedeelte van de centrale vlakte de
oude provincie Meath vormde. Iedere van deze natuurlijke provincies, later
ook staatkundig tot provincies geworden, deed haar invloed gevoelen op
de bestanddeelen der bevolking. Ulster was vooral blootgesteld aan invallen
uit Schotland. Leinster en Meath schenen voorbeschikt om eene prooi van
Engeland te worden. Munster, in den oceaan vooruitstekende, opende hare
baaien en havens misschien reeds voor de Pheniciërs en in lateren tijd voor
de Spanjaarden, de Algerijnen en de Franschen. Connaught was het minst
blootgesteld aan invallen en invloeden van vreemdelingen, en daar konden
dan ook de oorspronkelijke bewoners, teruggedrongen door de veroveraars,
het langst hun oorspronkelijk karakter bewaren. Buitendien was ieder af-
zonderlijk bergland meer of min een toevluchtsoord voor de vluchtelingen
uit den omtrek. Zoo hebben de Galtybergen in Zuid-Ierland en de bergen
van Tyrconnel in Donegal dikwijls eene schuilplaats geboden aan vluchte-
lingen , en de oude zeden hebben zich er dan ook lang staande gehouden.
De hoogste bergen van Ierland, altijd lager dan de reuzen der Schotsche
Hooglanden en zelfs dan de Snowdon in Wales, verheffen zich in het
graafschap Kerry in den zuidwesthoek des eilands. (Hoogste top Carran-
tuohill, 1046 M.). Het zijn evenwijdige ketenen, in dezelfde richting loo-
pende als de diep indringende baaien. De bergen bestaan uit ouden rooden
zandsteen, terwijl de dalen, waarin de baaien diep binnendringen, uit ge-
steenten bestaan, die tot de steenkoolformatie behooren. Morenen en glad-
geslepen rotsen, die men aan den voet der bergen ziet, bewijzen, dat hier
in vroegeren tijd gletschers de dalen hebben uitgeslepen, en de behoorlijke
meren van Killarney, die zooveel tot de schoonheid dezer streek bijdragen
door hunne groene eilanden, de kapen en de bouwvallen op hunne oevers,
zijn beddingen, waarin de gletschers vroeger uitliepen. Deze meien met
hunne schilderachtige oevers, hunne begroeide hellingen en steile bergtop-
pen, trekken jaar op jaar duizenden bezoekers.
Ten oosten van de Kerrybergen strekt zich een heuvelland uit tot aan
de Blackwater-rivier, die eerst ten noorden van het beschouwde bergland
loopt en zich daarop eensklaps naar het zuiden wendt. Ten noorden van
het dal der Blackwater-rivier verheffen zich.verschillende berggroepen, o.a.
de pyramidevormige groep der bovengenoemde Galtybergen, (Galtymore
947 M.) die vele kleine meren bevat, welker oevers met heide zijn be-
kleed. Verder noordwaarts, aan weerszijden van de Shannon, vertoonen
zich nog verschillende ketenen en berggroepen, waarvan de Silvermine-
bergen de belangrijkste zijn, om het zinkerts en zilverhoudend looderts,
dat zij bevatten.