Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
209
langs de Moray firth, die met wandelende duinen bedekt zijn, en het
schiereiland Caithness, de noordoostelijkste spits van Schotland. Toch zijn er
wel groote lagere deelen tusschen de bergen in, maar dit zijn moerassen,
heidevelden of steen vlakten, en deze zijn alle bijna boomloos en onbe-
woond. In vroegere eeuwen waren haast alle dalen der Hooglanden met
wouden bedekt, en deze strekten zich ook tegen de hellingen op uit. Som-
migen houden den ouden naam „Caledonie" zelfs voor gelijkbeteekenend
met „woud". Bij Balmoral, aan de Dee, vindt men in een veen nog de
overblijfselen van een dennenbosch; maar van de oude bosschen is weinig
meer over; sedert de middeleeuwen zijn ze bijna alle omgehakt of ver-
brand, omdat ze zoowel aan ballingen als aan wolven en wilde zwijnen
tot schuilplaatsen dienden. De boomen in de dalen'zijn bijna alle in den
nieuweren tijd geplant; slechts hier en daar, bij de adelijkekasteelen, zijn
geheele bosschen weer aangeplant. Maar buiten de parken ziet men slechts
heidevelden, venen en naakte rotsen.
Geene der Schotsche bergen reikt tot in het gebied der eeuwige sneeuw;
maar op enkele plaatsen, die ook des zomers slechts korte uren door de zon
worden beschenen, blijven kleine hoeveelheden sneeuw liggen. Gedurende
een groot gedeelte des jaars valt in de Hooglanden geen regen, maar alleen
sneeuw, en daar deze in zeer groote hoeveelheid valt en in de dalen samen-
waait, is het niet te verwonderen, dat ze niet snel geheel verdwijnt. Het
overvloedige water, dat zijn' weg niet als woeste bergstroomen naar zee
vindt, verzamelt zich in de venen en moerassen en vult de lochs (meren;
loch Lomond is het grootste,) en de dalen. Op menige plaats vloeit het
water, dat zich in de merenrijke venen verzamelt, naar twee kanten van
een plateau, zoodat het twee stroomgebieden te gelijk voorziet. Bifurcatie
is in de Hooglanden volstrekt geene zeldzaamheid, en ze wordt nog be-
vorderd door de vele kloven in 't gebergte, waardoor de riviergebieden
met elkaar in gemeenschap kunnen komen.
De firths op de westkust hebben geheel het karakter der Noorweegsche
fjorden, en evenals voor de Noorweegsche kusten eene ontelbare menigte
eilanden, scheren geheeten, liggen, is ook Schotlands westkust omzoomd
met eilanden, die den naam dragen van Hebriden of Wester-eilanden,
waarvan Skye en Muil met hunne schilderachtige oude vulkanen, la-
vabeddingen en watervallen, Staffa met zijne beroemde bazaltgrot (Fin-
galsgrot), en lona, reeds sedert eeuwen een heilig eiland, de bekendste
zijn. Dit laatste eiland is weinig meer dan eene van het eiland Muil afge-
scheidene rots. In overoude rijden was het reeds een heiligdom der Kel-
tische Druïden; later werd het een brandpunt van het kloosterleven; van
daar uit werden de heidensche Pieten bekeerd. Meer dan 60 koningen van
Schotland, Ierland en de Hebriden, o. a. ook Macbeth, zijn er begraven.
Ten noorden van Schotland liggen de Orkaden, die rijk zijn aan regen,
aan weiden en aan vee. In den tijd van de rooftochten der Noormannen
waren de Orkaden eene van hunne schuilplaatsen. Noordelijker liggen de
Shetlandseilanden met hunne bekende ponies en hunne vogelrijke klippen.
r. tt. bos, Globe. 14