Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
208
De ketenen der „Highlands" loopen hoofdzakelijk van 't ZW. naar 't NO.;
de rivieren als de Dee, de Spey, loopen dus ook in deze richting naar de
Noordzee, en in dezelfde richting strekt zich ook de Glen more (r= groote
kloof) uit, die, van de firth of Lorn naar de Moray firth zich uitstrekkende,
de Hooglanden in Grampians en Caledonisch gebergte verdeelt. Deze
merkwaardige, bijna lijnrechte kloof is i6o kilometer lang en behoefde
slechts 30 meters dieper te zijn, om het noordelijkste schiereiland van
Schotland tot een eiland te maken. Rivieren en langgerekte meren hebben
het gemakkelijk gemaakt, hier een' waterweg te scheppen, die onder den
naam van Caledonisch kanaal oost- en westkust met elkaar verbindt. Aan
weerszijden van deze aaneenschakeling van meren, rivieren en kanalen
(slechts 36 kilometer behoefde te worden gegraven) verheffen zich de bergen.
Evenwijdig met deze noordoostelijke richting der ketenen loopt^de eilanden-
groep der Hebriden voor de westkust langs.
De Grampians verheffen zich in groepen en ketenen, die van elkander
gescheiden worden door diepe dalen, welke menigmaal door langgerekte
meren zijn gevuld. De zuidelijkste toppen, die dichtbij de groote steden
worden gevonden, als Ben Lomond, Ben More, en Ben Lawers (1212 M.),
worden het meest bestegen. Noordelijker spiegelt de kolossale Ben Cruachan
zich in de wateren van het loch Awe, terwijl nog noordelijker op een
schiereiland, door loch Linnhe en loch Leven gevormd, zich de hoogste
berg van Groot-Britannië, Ben Nevis (1343 M.) verheft. Deze is de hoek-
steen van een' bergmuur, die als hoofdketen van de Grampians Schotland
in zijne geheele breedte doorloopt en zich als tweede hoogste punt verheft
in den Ben Macd-hui (1309 M.).
Ten noorden van de Glen more zijn de noordelijke Hooglanden of het
Caledonische gebergte. De hoogste top, Ben Attaw geheeten, is 1150 M.,
dus lager dan de hoogste toppen in de Grampians. Toch ziet het eerstge-
noemde gebergte er wilder uit dan het laatste. Zelfs in de Alpen zijn
weinig streken die een strenger en somberder voorkomen bezitten dan de
hooge dalen van Ross en van Sutherland. De Alpen hebben nog frischgroene
weiden en lager hunne dennenbosschen; maar het grootste deel van
't Caledonisch gebergte is bedekt met sombere heidevelden en venen; don-
kerkleurig water stroomt door de kloofvormige dalen; de mist, die bijna
altijd deze bergen bedekt, l^at de toppen nu eens voor den dag komen,
terwijl hij ze dan weder verbergt, waardoor het landschap iets spookachtigs
verkrijgt. De eenzaamheid geeft aan deze natuur een grootsch karakter. De
aarde schijnt er dood te zijn, maar van iederen top ziet men donkere
wateren afstroomen naar de dalen onder een voortdurend schuimen en
bruisen. Kaap Wrath is altijd omgeven door schuimende golven; kaap
Duncansby is minder steil en woest, maar voor haar staan in zee eenige
obeliskvormige rotsen.
Vlakten zijn in de Schotsche Hooglanden zeldzaam en dan nog klein.
In 't zuidoostelijkste gedeelte vinden we Strath more (de groote vlakte) ten
noorden van de firth of Forth; doch verder zijn het slechts kleine vlakten