Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
201
gate-Hill, Cannon-street, Lombard-street; daar vormen de massa rijtuigen
twee onafgebroken stroomen, die altijd gescheiden blijven, en langs de
huizen vloeien aan weerszijden van de straat twee andere stroomen van
voetgangers. Haast iedere minuut komen er treinen aan, die een nieuwen
voorraad voetgangers bij de overige voegen. London-bridge, de hoofd-
verbinding tusschen de City en Southwark, wordt iederen dag door
300000 menschen, dus door zooveel als geheel Amsterdam aan inwoners
telt, hetzij te- voet of per rijtuig, gepasseerd. Bij deze brug staande
met het gezicht naar de zeezijde gewend, ziet men langs de beide oevers
van de Theems een woud van masten en touwwerk, te midden waarvan
nauwelijks ruimte genoeg is voor de tallooze vaartuigen, die stroomafgaan
of tegen den vloed in zich bewegen. Stoombooten, van voren tot achteren
gevuld, verschijnen of verdwijnen onophoudelijk onder de bruggen; 't zijn
de „mouches" of „hirondelles" van de Seine in Parijs, bewegende kaden,
die de menschen van het eene naar het andere einde der stad brengen.
De spoorwegen, die hoog boven of onder de huizen zoowel als over
den effen bodem zijn aangelegd, worden evenals de straten van de City
en de Theems dagelijks door honderdduizenden gebruikt. Aan de drukste
onderaardsche stations vertrekt nauwelijks een trein, of een andere is reeds
weer verschenen. Binnen de ophooping van huizen en menschen van Brent-
ford tot Greenwich en van Sydenham tot Highgate, dus binnen Londen in
den ruimen zin van 't woord, zijn meer dan 150 stations. Door zijn dicht
en steeds grooter spoorwegnet kan Londen zich naar alle zijden uitbreiden ;
als de stad niet de steenkool in dienst had genomen, zou ze, evenals Parijs,
zich niet in de lengte en breedte, maar hoofdzakelijk in de hoogte hebben
moeten uitbreiden. (Vergel. hetgeen dienaangaande op blz. 200 staat.) Toch
heeft Londen wel zeer hooge gebouwen, zooals vele hotels in de nabijheid van
sommige stations, ware paleizen, die zonder geheel gevuld te worden, gemakke-
lijk allen reizigers logies zouden kunnen verschaffen, die met één' trein aankomen
Van geen enkel hoog gebouw af kan men geheel Londen overzien, zelfs
als de mist en de kolendamp de atmospheer niet verduisteren; altijd ziet
men slechts gedeelten. Om eene goede voorstelling van de stad te ver-
krijgen, moet men hare verschillende gedeelten doorloopen, die, zoowel
wat voorkomen als bewoners betreft zich aanmerkelijk van elkaar onder-
scheiden. Londen heeft niet als Parijs het karakter van eene collectieve
eenheid; het is geene eigenlijke stad met eene sprekende individualiteit,
die duidelijk verschilt van het overige Engeland; daarvoor is zij te snel
gegroeid. Londen is dan ook niet ontstaan door den aanwas van ééne stad,
maar door de vereeniging van verschillende steden, waarvan de City, West-
minster en Greenwich de voornaamste waren; doch ook vele dorpen zijn
er mede samengegroeid. Zulke eene wijze van ontstaan maakt de wording
van eene eenheid onmogelijk. Londen is dan ook eene agglomeratie van
verschillende ■ steden : die der entrepots, die der banken, die der fabrieken,
die van de vorsten en van het hof, die der villa's, en ieder dezer deelen
heeft zijne eigen physionomie en zijne eigen geschiedenis, 't Is een organisme