Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
196
wel voor den in- als voor den uitvoer. De fabrieksteden, van verre reeds
aan hare menigte torenvormige schoorsteenen te herkennen, van binnen
met hare donkere, door kazerneachtige gebouwen ingeslotene straten, zijn
voortdurend in donkere rookwolken gehuld en rumoerig van het onophou-
delijk geraas der tallooze werkplaatsen. Daarom verlaten de rijke fabriek-
bezitters dan ook iederen avond de stad, om op hunne naburige villa's
eene zuiverder lucht in te ademen.
In Schotland vinden we eenigszins dezelfde verschijnselen. Glasgow in
't westen, in de nabijheid der rijke kolenlagen, is de fabriekstad, — Edin-
burgh in 't oosten, de hoofd.stad, de universiteitsstad, de zetel van den
adel, als het Westend in Londen. Zoo komt de havenstad Leith overeen
met de Londensche City. De Hooglanden zijn, wat natuur en bevolking
betreft, het Schotsche Wales.
THE BLACK INDIES.
Wat de opbrengst aan steenkolen betreft, staat Groot-Britannie bovenaan
in de rij van de staten der aarde; dank zij hare „Black Indies", is het
rijker dan Californië of Mejico. De steenkool heeft het zijne industriëele
belangrijkheid geschonken, en aan deze heeft het weder voor een groot
deel zijn bloeienden handel te danken, die geen geringen invloed op de
belangrijke staatkundige positie des lands heeft uitgeoefend. Maar hoeveel
eeuwen, hoeveel tientallen van jaren, hoeveel jaren slechts zal Groot-
Britannië de eerste plaats onder de kolenlanden der aarde blijven innemen ?
Dit is eene belangrijke vraag, van welker beslissing voor een niet gering deel
het lot der Britsche natie en de invloed, dien zij op de wereldgeschiedenis
uitoefent, afhangt.
De steenkolenbeddingen, zoo leeren ons de onderzoekingen der geologen ,
hebben zich eens over een zeer groot deel van Groot-Britannie en Ierland
uitgestrekt; maar door verweering, en uitslijping en wegvoering door stroo-
mend water is het grootste deel verdwenen, zoodat slechts de tegenwoordige
lagen met eene gezamenlijke oppervlakte van 23000 □ kilom. zijn over-
gebleven, maar toch zijn de Engelsche kolenmijnen nog de belang-
rijkste en de best ontgonnene van Europa. Waarschijnlijk werden de
Engelsche kolenvelden reeds in den Romeinschen tijd ontgonnen. In 1670
leverden de Engelsche mijnén reeds meer dan 2 millioen tonnen kolen op;
honderd jaren later reeds het drievoud daarvan, en sedert dien tijd, dus in
eene eeuw ongeveer, is de jaarlijksche opbrengst meer dan vertwintigvou-
digd. Nu toch bedraagt de opbrengst meer dan 130 millioen tonnen. Deze