Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
195
aantal machines hadden moeten dienen, maakte de stoom de toeneming
van het aantal machines en fabrieken tot in het oneindige mogelijk. Nu
was de aanwezigheid van rijke kolenlagen de eenige voorwaarde, waaraan
de fabrieken waren gebonden. Ze behoefden niet meer ver van elkander
verwijderd te zijn, maar konden dicht bij elkander worden gebouwd.
Bij het groote voordeel, dat het gezamenlijk voorkomen van ijzer en
steenkool aanbiedt, komt nog een ander. De steenkooldistricten, die s^lo
van Engelands bodem innemen, liggen n.l. gedeeltelijk in de nabijheid der
zee, zooals die van Northumberland en Wales, gedeeltelijk in de door
rivieren, kanalen en spoorwegen doorsneden zandsteenvlakte, zoodat de
ruwe stoffen gemakkelijk naar de hoogovens en de fabrieken kunnen wor-
den gebracht en de bewerkte producten even gemakkelijk naar de consu-
meerende deelen des lands en naar het buitenland kunnen worden afgevoerd.
Dit vervoer van groote hoeveelheden ruwe stoffen en üibrikaten wordt des
te meer gemakkelijk gemaakt, omdat de fabriekdistricten alle voor den
aanleg van spoorwegen gunstige voorwaarden bezitten: een betrekkelijk
vlakken bodem, rijkdom aan ijzer en kolen.
Eindelijk mag niet over het hoofd worden gezien, dat de Engelsche
industrie niet, zooals de Fransche, in de eerste plaats weelde-artikelen ver-
vaardigt, maar voor de groote massa der verbruikers werkt.
Deze reusachtige bloei der industrie sedert eene halve eeuw heeft eene
toeneming der bevolking ten gevolge, zooals in geen ander land er geene
in een lang tijdperk van vrede te voorschijn heeft geroepen. Engeland en
Wales hadden in 1800 9 millioen inwoners, in 1857 reeds 19 millioen en
nu reeds ruim 25 millioen. Van deze kolossale toeneming valt natuurlijk
het grootste deel op de industrie-districten.
Het tegenwoordige Engeland bestaat uit een grooter landbouwend en
een kleiner industrieel gedeelte. Het landbouwende Engeland, dat het oosten
en zuidoosten des lands inneemt, bevat de eerste stad der wereld, de
zetels der Engelsche wetenschap, de kathedraalsteden der rijke geestelijk-
heid, de statige sloten van den hoogen adel met hunne rijke kunstverzame-
lingen en hunne groote parken, de talrijke be.scheidene maar liefelijke
landhuizen der kleinere grondbezitters, de nette dorpen der landbouwende
bevolking en de beste oorlogshavens. De vlakte is ook het eigenlijke gebied
der F^ngelsche geschiedenis. Tot voor eene eeuw Dngeveer was de noordwest-
helft in alle opzichten ten achteren bij de zuidoostelijke. Bij staatkundige
twisten was .steeds de partij van den vooruitgang en van de overwinning
in het landbouwende gedeelte. Zoo in de middeleeuwen de Angel-Saksen
en de Noormannen tegenover de Kelten; in de i6e eeuw de Protestanten
tegen de Katholieken; in de 17e eeuw de Parlementspartij tegen de
Royalisten.
Het industrieele Engeland, dat het westen en noorden, ten deele ook
nog het noordoosten des lands omvat, bezit de overrijke kolenmijnen, den
onuit])uttelijken metaal-voorraad, de groote en kleine fabrieksteden met hare
door spoor- en waterwegen er mede verbonden havens, stapelplaatsen zoo-
13*