Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
193
Deze kustvaart wordt ook sterk bevorderd door de omstandigheid, dat
de kleine rivieren — Engeland kan er natuurlijk geene groote hebben, —
door het binnendringen van den vloed ver stroomop bevaarbaar zijn en
dus aan hare tot golven ver>vijde mondingen groote handelssteden hebben
doen ontstaan, als Liverpool aan de Mersey, Bristol aan de Servern, Hull
aan de Humber, Londen aan de Theems. Terwijl de handelssteden aan de
breede mondingen van rivieren het liefst ontstaan, geven de oorlogshavens
^ de voorkeur aan beschutte inhammen, waarin geene of slechts onbetee-
kenende rivieren uitmonden, zoodat zij geen hinder van verzanding kunnen
krijgen. Eene rij van zulke oorlogshavens heeft de zuidkust, die geene
rivieren van beteekenis kan ontvangen, omdat de Theems op geringen af-
stand er mede evenwijdig loopt. De stroomingen en de golven der zee
vormden op de zuidkust eene rij, soms door daai-voor liggende eilanden
beschermde bochten, vooral, wanneer zij daarin werden geholpen door
eene beek of een stroompje, dat reeds eene opening in de kustlijn had
gemaakt. Daar heeft Engeland tegenover Frankrijk dan ook de belangrijkste
stations voor zijne oorlogsvloot, die, ook door den voorbeeldigen zin voor
orde en tucht bij het Engelsche volk, tot een voorbeeld voor alleoorlogs-
vlooten der aarde kan dienen.
Bij deze natuurlijke geschiktheid voor den zeehandel, waarvan de onder-
nemingsgeest en de werkzaamheid van het Engelsche volk het rechte ge-
bruik weet te maken, komt nog de gunstige ligging des lands ten opzichte
van zijne omgeving. Het door zijne lage kusten en groote riviermonden
zoo toegankelijke oosten van Engeland is naar de kust van 't Europeesche
vastland gekeerd en wel naar een land, dat op zee vroeger te huis was
dan het eilandenrijk. Nederland is Engelands leermeester geweest, maar de
door de natuur meer begunstigde leerling heeft zijn' leermeester spoedig
overtroffen. Het westen van Engeland had een' voorpost tegen een oceaan
in Ierland. De Noordzee is Engelands verkeersweg geworden met de Skan-
dinavische volken, met Duitschland, Nederland en België; langs dezen
weg kreeg het zijne Germaansche bevolking en kwam het in verbinding
met de Hanze. Over het Kanaal heeft Engeland zijne Keltische en later
zijne Fransch-Normandische bevolking verkregen, en over de lersche zee
vlood een deel der Keltische Britten voor de Romeinen en de Germanen
naar Ierland. De binnenzeeën waren voor Engeland alzoo van het grootste
belang.
De eerste schrede tot de zeeheerschappij dankt Engeland aan zijne rivier-
monden en zijne inhammen, de tweede aan zijne binnenzeeën, de derde
echter aan den oceaan, die het eilandenrijk eene gemeenschap schonk met
alle deelen der wereld en het tot eene koloniale mogendheid maakte. Ter-
wijl de meeste eilanden afhankelijk zijn van het vastland, is Groot-Britannie
de eenige onafhankelijke eilandenstaat van Europa, en met uitzondering
van Japan de eenige belangrijke eilandenstaat der aarde. Nadat het betrek-
kelijk slechts korten tijd — gedurende de Romeinsche overheersching —
afhankelijk is geweest van het vastland, heeft het zelfs andere eilanden en
p. u. BOS, Globe. 13