Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
X. GHO()T-BR[TANN[E EN IKHI.ANI).
DK ONTWIKKELING VAN ENGELANDS HANDEL EN
INDUSTRIE.
Het moet in het oog vallen, dat een zoo havenrijk eiland als Groot-
Britannie, dat zoozeer door de natuur tot de heerschappij ter zee bestemd
schijnt, eerst laat, vijftienhonderd jaar na het begin van de ontwikkeling
der beschaving, eene belangrijke rol begon te spelen op zee. Gedurende
de eerste helft der middeleeuwen stonden Albions bewoners in het zeewezen
verre ten achteren bij hunne stamgenooten van Bretagne, en nog verder
bij de Noormannen, die door de armoede van den vaderlandschen bodem
werden genoodzaakt tot verre tochten over den oceaan, tot plundering van
alle kuststreken en rijke rivierdalen van Noorwegen tot Sicilië, 't Verschijn-
sel is nog des te opmerkenswaardiger, omdat de Angel-Saksen vóór hunne
vestiging in Engeland koene zeevaarders waren, die meer dan eene eeuw
lang de Britsche en de Gallische kusten tot aan de Loire hadden bezocht
en er genomen wat zij vonden. Merkwaardig! Nauwelijks hebben deze
Saksen vasten voet op den Britschen bodem, of ze vervreemden van de
zee, ze zijn haast weerloos tegen de zeerooverijen der Noormannen
of Denen, en alleen de drang der omstandigheden dwingt hen tot kort-
stondige krachtsinspanning. Evenmin schitteren de Noormannen in zeestrij-
den, nadat zij zich onder Willem den veroveraar in Engeland hebben ge-
vestigd. Toch is de verklaring van dit schijnbaar raadselachtige verschijnsel
zeer eenvoudig, 'tis eene bekende zaak, dat in de vroegste, ruwe tijden
alleen de bewoners van onvruchtbare of kleine kuststreken als zeevaarders
uitmuntten; zoo was het b. v. met de Phoeniciërs in de oudheid. De
Engelsche bodem was echter vruchtbaar genoeg om zijne nieuwe bewoners
rijkelijk van onderhoud te voorzien. Voor een uitgebreiden zeehandel vond
men geene aanleiding; want uit te voeren had men slechts weinig, en
wat men aan zuidelijke natuur- en kunstvoortbrengselen noodig had, dat
leverde het naburige Frankrijk. Eene zeemacht ontstaat eerst bij hoogere
beschaving, bij toegenomen behoeften, bij levendiger handel.
Ook in de tweede helft der middeleeuwen kunnen de Engelschen nog
geen roem dragen op oppermachtigheid ter zee, al behaalden ze in de
oorlogen met Frankrijk, die bijna i'/^ eeuw duurden, ook eenige schitte-