Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
175
voor Lund, in zuidelijk Zweden, bedraagt slechts 4° meer.) De rogge wordt
tot op eene zeer hooge breedte gekweekt, zooals bij de ijzergroeven van
Kengis, 10 mijl ten zuiden van den poolcirkel, en bij Enontekis op 68°
NB. oogst men gerst, terwijl in Azie de landbouw op 62° (Jakoetsk) en
in Amerika op 65° NB. (Fort Norman) ophoudt. De oorzaak, dat zelfs in
de zuidelijke deelen van Norland de landbouw met grootere moeilijkheden
heeft te kampen dan in 't midden van Zweden, ligt niet in de vruchtbaar-
heid van den grond, maar voornamelijk in de grootere hoogte, die daar
800—1000, ja 1500—2000 voet bedraagt.
We hebben Norland een schoon land genoemd. Er zijn streken in dezen
hoek der aarde, die wezenlijk prachtig zijn.
Houdt men van grootsche vergezichten, men bezoeke het schoone Frös-
eiland (Frösön) in Jemtland-, midden in het beroemde bergmeer Storsjön.
Van daar uit heeft men een heerlijk vergezicht over het uitgestrekte berg-
land, O. a. op de trotsche rotsmassa van Areskutan, welks top zich boven
alle omringende verheft tot 4920' boven de zee. De Areskutan is een ooste-
lijke voorpost der Skandinavische bergen, of, als men wil, de laatste groote
oostelijke golf van de versteende Skandinavische bergenzee.
Of men beklimme den Sulitjlma in Lapland, welks top naar de bere-
kening van Wahlberg, een der weinige reizigers die dezen berg hebben
bestegen, 5796' hoog is. Van dat verheven standpunt uit geniet men onder
gunstige omstandigheden aan de eene zijde een gezicht op de Noorweegsche
kust en de Noordelijke IJszee, aan den anderen kant ziet men 10—12
mijlen ver over het Zweedsche landschap.
Maar tusschen de rotsen liggen groote, heldere meren met groene hohnen
(eilanden) en schilderachtige bochten of diepe, met woud gesierde dalen,
waardoor die bruisende elfen (rivieren) stormen, welke zoo karakteristiek
voor Norland zijn. Verscheiden van deze dalen zijn terecht beroemd door
hunne schoonheid. Van het Solleftea-dal bij de Angerman-elf zegt de Duitsche
reiziger Schubert: „Geen dal van Rijn of Neckar laat zich hiermede ver-
gelijken!" „Dat is Norlands Zwitserland" roept Engström uit. De Anger-
man-elf stroomt hier door het vruchtbaarste en te gelijk schoonste landschap
van geheel Norland. De laatste val der elf is niet ver van de noordelijke
kerk van Solleftea, die midden in het dal staat, omgeven, mijlenver, door
hooge, met woud bedekte bergen, waarop schilderachtige dorpen van <len
top tot den voet schijnen te zijn uitgestrooid. Aan de noordzijde dalen de
bergen loodrecht naar de rivier af en hangen soms over het water heen,
dat hier rustig voortstroomt en zelfs voor grootere schepen bevaarbaar is.
De meeste Norlandsche rivieren zijn breed en rijk aan water, maar de
snelle stroom en de menigte watervallen maken, dat ze weinig diensten
aan de scheepvaart kunnen bewijzen. De Tornea-elf is zoo groot als de
Theems, de Umea-elf, de Lulea-elf de en Angerman-elf zijn eenige mijlen
korter, de laatste heeft ongeveer '/,, van de lengte der Donau. In verge-
lijking met andere Zweedsche rivieren zijn de genoemde echter reusachtige
stroomen.