Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
NORLAND.
Zweden bestaat uit drie deelen: Gothland of Götaland, Svealand ot het
eigenlijke Zweden, en Norland. De meesten van hen die den laatsten naam
hooren noemen, denken onwillekeurig aan sneeuw, koude, noorderlicht,
rotsen, beren en rendieren. Wie iets meer ervan weten, herinneren zich,
dat er buiten I.appen ook eigenlijke Zweden wonen; ze hebben misschien
ook gehoord van eene Norlandsche Latijnsche school te Hernösand, waar
verscheiden van Zwedens beroemdste geleerden, geestelijken en staatsman-
nen hunne opleiding hebben genoten; maar dat alles zien ze in een twijfel-
achtig, meer of min Groenlandsch licht, en ze kunnen zich maar niet
vertrouwd maken met de gedachte, dat in die streken, zoo ver van de be-
schaafde wereld verwijderd, menschen kunnen wonen zonder van honger
en koude om te komen. Zelfs in Zweden zijn er velen die de Norlandsche
provinciën beschouwen als eene woestenij dicht bij de noordpool, als eene
soort van Zweedsch Siberië, dat ternauwernood eenige beschaving heeft en
waar de vereering der Asa-goden misschien nog niet geheel heeft plaats
gemaakt voor den Christelijken godsdienst. Gedurende den winter komen
in Stokholm dikwijls geheele karavanen Norlanders, groote, sterk gebouwde,
breedgeschouderde mannen, die op hunne sleden, door groote, vurige,
zwarte paarden getrokken, verbazende hoeveelheden wild aanvoeren. Men
beschouwt hen met eene soort van verbazing, en men kan het denkbeeld
niet geheel op zijde zetten, dat die afstammelingen van den beroemden
Gellina nog heimelijke vereerders van den ouden god Thor zouden zijn.
Als een meisje met een' landmeter of een' rechter trouwt om dadelijk na
de bruiloft mee te trekken naar het noorden, dan zucht eene heele schare
van tantes en nichtjes: „denk eens aan, daar gaat nu dat arme kind naar
Norland!" 't Is synoniem met: zij gaat voor de wereld verloren, ze kon
even goed naar Melbourne of Californië gaan!
Toch is Norland in sommige deelen een zeer schoon land en ten opzichte
van zijn klimaat beter dan men denkt. Weliswaar is de zomer er meestal
kort, maar hij is er zeer veel waard en in den regel zeer gelijkmatig, en
de hemel is dan meestal helder, de wind zacht. De ergste vijanden van
den Norlandschen landbouw zijn de vroege nachtvorsten in den herfst,
„Jernnatter" (ijzeren nachten) geheeten. Een enkele van die nachten is
soms voldoende om de hoop des landmans geheel te vernietigen en eene
gansche streek in gevaar van hongersnood te brengen. Maar niet alle deelen
van Norland zijn in dezelfde mate aan dat gevaar blootgesteld. In Jemt-
land worden in gunstige jaren de appels rijp, en in de lagere dalen van
Norland bloeien zells wilde rozen. De bodem is bijna overal vruchtbaar, en de
zomerwarmte bereikt in Hernösand (62NB.) soms 30° C. ('t Maximum