Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
Eenigen tijd later stoomen we een breed water binnen, dat steeds bree-
der wordt en naar alle kanten diep insnijdt. Rechts ligt Gustafsberg met
zijne porseleintabriek '), links leidt de voor groote schepen bevaarbare water-
weg langs de vesting Waxholm; wij zetten echter onzen weg voort tusschen
eilanden en rotsen door en dringen steeds verder op in den „Skärgarden",
om het rotseiland Dalerö te bereiken.
Maar, lezer, weet gij, wat de „Skärgarden", ten onrechte door „Sche-
ren" vertaald, is? Misschien is het niet geheel zonder belang, de schouw-
plaats van zoovele interessante schippers-, smokkelaars- en rooversgeschie-
denissen met een paar trekken te teekenen. Vooreerst merken wij op, dat
„Skar" in den zin waarin het hier wordt gebruikt, zooveel beteekent als
klip, klein rotsachtig eiland, ook zooveel als insnijding. Degene die 't woord
het eerst in 't Duitsch heeft vertaald door „Scheeren", (de Nederlanders
hebben het woord uit het Duitsch overgenomen) schijnt het woord met
„Skära", snijden, scheren (b. v. in schapenscheren) te hebben verward.
Langs bijna de geheele oost- en westkust van Skandinavie is de zee met
eene tallooze menigte van kleine klippen en rotsachtige eilanden bezaaid.
Sommige daarvan zijn niet grooter dan dat eene kleine meeuwenfamilie er
plaats zou kunnen vinden; andere daarentegen zijn zoo groot als het eiland
Rügen. Er zijn er, die uit naakte granietrotsen bestaan zonder boom of
grashalm; er zijn er echter ook, die van boven tot beneden met de weel-
derigste pijnboomen, dennen en berken prijken. Zij liggen vaak zoo dicht
bij elkander, dat de sont tusschenbeide niet breeder is dan eene straat in
eene stad; vandaar dat de scheepvaart er menigmaal gevaarlijk is. Van
deze eilandjes zijn er zoo vele^ dat zij als men er tusschendoor vaart,
eene samenhangende kust schijnen te vormen, die slechts zelden vergunt
een' blik op de zee te werpen. Zeer dikwijls zijn deze klippen onbewoond,
slechts op enkele ziet men een kleine, rood geverfd, uit balken opgebouwd
huisje met witte vensters en een groen plekje gronds daarvoor. In deze
hutjes wonen de tegen weer en wind geharde visschers, de onverschrokken
lootsen en de geslepen smokkelaars; daar is hun arm vaderland. Dikwijls
ziet men de gansche jeugd van 't eiland, vooral kleine meisjes met goud-
blond haar en helderblauwe oogen, heel ernstig op de helling der rotsen
zitten en naar de groote stoomboot staren, die iederen dag, zoolang de
zomer duurt, daar langs vaart; in den winter gaan vaak maanden voorbij,
zonder dat de kleinen een vreemd wezen te zien krijgen.
■) Gustafsberg heeft eene uitstekende porseleinfabriek, zoo ook Eörstrand. De beide
fabrieken, de eenige van die soort in Zweden, geven aan 250 en 300 arbeiders werk.
Het Zweedsche porselein wordt niet alleen in het land zelf gebruikt, maar ook naar
Duitschland, Engeland, Frankrijk, Eusland en Italië uitgevoerd. De waarde van al het
in Zweden gefabriceerde porselein bedraagt jaarlijks ongeveer 900 000 gulden. Het fabri-
kaat onderscheidt zich vooral door zijne witheid en door de hardheid van zijn glazuur.
Gustafsberg levert vooral vazen en versierde voorwerpen; de fabriekarbeiders zijn er zeer
welvarend en zijn opgewekt en tevreden te midden van hunne mooie woonplaats, waar
zij zich op de lange winteravonden zeer goed weten te vermaken.