Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
VUL NOORWKGKN EN ZWEDEN.
RENE VAART DOOR DE ZWEEDSCHE SCHEREN.
Wij begeven ons over de Norrbro naar het standbeeld van koning
Gustaaf III op de Skeppsbron, om met eene daar liggende stoomboot naar
de beroemde Skargarden (scheren), naar Dalerö te varen. Wij komen aan
bij de stoomboot. De hemel is wolkenloos, de zon zendt haar warme stralen
helder naar de aarde, en vroolijkheid ligt op de gezichten van alle men-
schen. Op zulk een' dag — het is Zondag, — is het den Stokholmer
onmogelijk, binnen zijne vier muren te blijven. Hij schudt de zorgen der
week van zich af en ijlt naar buiten, om den dag in Gods vrije natuur
door te brengen.
De „Jakob Bagge" ligt gereed om te vertrekken. De kapitein staat o))
de kommando-brug. De stoomboot begint zich te bewegen, en iederen
Stokholmer is het licht om het hart; hij knikt nog eens de zorgen toe,
die hij aan de kade achterlaat en geeft zich geheel aan het genot van
't oogenblik over.
We glijden snel voort langs rotsachtige oevers, die met woud bedekt
zijn, waar schoone villa's zich op de hoogten verheffen of uit de klooven
komen opduiken. Beneden ons kroest de zachte wind de golven; het krioelt
er van zeilschepen en stoombooten , die van de Skargarden komen of er
naar toe gaan. Overal waait de blauwe vlag met het gele kruis. Op alle
bergen, door de zon beschenen, op alle schaduwrijke plekjes zijn men-
schen. Zie, op die boot, daar staat een groepje jonge dames, met den
zakdoek wuivende. Op onze boot wuiven eenige andere haar den groet terug.
Overal leven, overal afwisseling, en deze maken, dat de vaart, ofschoon
ze wat lang duurt, verrukkelijk is en in 't geheel niet vermoeit.
Wij passeeren Skuru, Dufaa.s, Stacket, waar men passagiers aan land
zet en andere aan boord krijgt. Hier varen we door eene engte, nu eens
tusschen weiden, dan weer tüs.schen rotsen door. 't Is hier nog schooner
dan aan den Rijn; want hier staan de rotsen nog zoo als de natuur ze
schiep, ze zijn niet afgehouwen en van terrassen voor den wijnbouw voorzien;
en dan nog: men hoort hier niet het eeuwige „Göttlich!" en het onver-
mijdelijke „wunderschön!" iederen keer als men eene rots voorbijkomt;
ook staan die vervelende mummieachtige Engelschen met hunne verrekijkers
en roode reisboeken ons hier niet in den weg.