Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
kan worden beschouwd. De eene stam verstaat de taal van den naburigen
stam niet, en willen zij met elkander spreken, dan moeten zij zich van
het Tataarsch bedienen, de taal der Middelaziatsche diplomaten. Alleen
de Groesiërs, Immeretiërs, Goeriziërs, Mingrelen en Sa vaneten zijn verwant
en spreken ééne taal; zij vormen het zoogenaamde Kartweller ras, zijn de
talrijkste bewoners van Kaukasië en staan lichamelijk en geestelijk hooger
dan de andere volksstammen van dit land.
Nadat Tiflis in 1220 door de horden van Dzjingis-khan veroverd en
verwoest was, werd het in 1388 door de horden van Tamerlan andermaal
in een' puinhoop veranderd. In 't begin der 16e eeuw kwam het land onder
de heerschappij der Turken, aan wie het in 1735 door den Perzischen
sjach Nadir werd ontrukt. Hij stelde den Groesiër Teimoeras als zijn'
vazal aan en liet zich door dezen schatting betalen. Dit duurde niet lang;
want reeds in 1783 verzocht George XIII aan Katharina II, hem als haar
vazal te beschouwen, en haar opvolger Paul I verbood den nakomelingen
van dezen vorst de koningskroon te dragen, zond een leger, bezette
Tiflis en beschouwde Groesië als eene Russische provincie. Van nu af be-
gonnen de oorlogen met de andere volksstammen van Kaukasië, die niet
als de Groesiërs en de Armeniërs Christenen, maar Mohammedanen zijn,
en deze oorlogen duurden tot 1859, toen Sjamyl werd gevangen genomen.
De Russische ambtenaren verstaan onder Kaukasië alleen de landstreek
ten noorden van den Kaukasus van de Zwarte tot de Kaspische zee. Het
geographische Kaukasië echter strekt zich uit tot aan de grenzen van Perzië
en Aziatisch Turkije. Het bergland, dat het noordelijke van het zuidelijke
Kaukasië scheidt, rust op een' basis van gemiddeld 12 mijlen breed en
bijna 150 mijlen lang; het loopt van het schiereiland van Taman tot aan
het schiereiland Apsjeron. De hoofdrug van dit gebergte, dat Kaukasus
wordt genoemd, heeft een groot aantal toppen, die ver boven de sneeuw-
grens uit steken en die, evenals de geheele rug, door tallooze afgronden
en klooven zijn doorsneden. Men ziet aan dit gebergte, dat de streek in
lang vervlogen tijden eene even woelige geschiedenis heeft gehad als in
lateren tijd zijne bewoners. Evenwijdig met dezen hoofdnig loopen noor-
delijk en zuidelijk van hem eenige andere ruggen, die in hoogte afnemen
naarmate ze verder van den eersten verwijderd zijn. Nu eens zijn het kale
koppen, dan met woud bedekte niggen, waarvan de noordelijksten haast
onmerkbaar in de groote steppen overgaan, terwijl de zuidelijken bij de
voorbergen van andere bergstelsels aansluiten. De noordelijke vlakte aan
gene zijde van de rivieren Terek en Koeban is eene steppe zonder woud
en bijna zonder water, want zij wordt alleen door de Koema, de Manytsj
en enkele weinig beteekenende beken doorsneden. De kleinere zuidelijke
vlakte daarentegen is rijk aan woud, rivieren en beken.
De hellingen van den Kaukasus naar den kant der Zwarte zee zijn
steil en maken niet alleen het verkeer der kustbewoners onderling zeer
moeilijk, maar leggen de scheejjvaart ook vele hinderpalen in den weg,
zoodat het noordelijk gedeelte van de oostku.st der Zwarte zee in 't geheel