Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
arm naar de verte wees. Mijn vriend boog zich uit het venster van den
wagen, maar trok haastig het hoofd terug. „Sprinkhanen!" riep hij zoo
hard, dat ik er van schrikte.
Ik zag naar buiten — er was niets te zien dan eene lange zwarte wolk
aan den horizon.
„Dat zijn ze," zeide mijn reisgenoot.
„Onmogelijk," antwoordde ik; „wat gij daar ziet, is misschien de rook
van een grooten brand, anders niet."
„O, ik weet het maar al te goed," voer hij voort. „Deze zwerm is geen
van de grootste, maar zeker toch wel acht a tien werst lang. Wat denkt
gij ervan, Iliuschka, mijn zoon^'e," riep hij in 't Russisch door het por-
tier naar buiten, „wat beteekent die donkere streep daar voor ons?"
„Sarana" (sprinkhanen), antwoordde hij.
„Sarana", zei ook de postiljon en zette zijne paarden door fluiten aan.
Hoofdschuddend keek ik naar de donkere wolk; ze scheen op dezelfde
plaats te blijven staan; hier en daar zag ik duidelijk kleinere wolken zich
van de groote scheiden. . 't Was een angstwekkend gezicht: als eene zware
onweerswolk stond zij daar in het zuiden voor ons, en het kwam mij on-
geloofelijk voor, dat een zwerm insekten zulk een gordijn voor de zon
kon weven. Maar ik zou mij van de waarheid kunnen overtuigen.
Het duurde niet lang, of Ilia wees driftig naar de rechter zijde.
„Hier zijn ze geweest," zeide mijn vriend, „halt koetsier!"
We stapten uit. Een groot gierstveld lag vlak aan den weg, maar het
was alleen aan de groene stoppels en de verstrooid liggende onrijpe aren
te herkennen. Toen we den akker betraden, hoorden we overal zacht
kletteren en snorren; duizenden sprinkhanen sprongen en vlogen voor ons
op, en het zonlicht fonkelde op hunne schitterende dekschilden. Op het
geheele veld was geen enkele halm rechtop blijven staan, en de groote
massa groen koren was verdwenen op enkele vanen na die op den grond
lagen. De bodem was een vingerdik bedekt met uitwerpselen der insekten.
Nu begonnen wij eene jacht op deze achterblijvers, en dat was geene ge-
makkelijke zaak. Zoodra wj in hunne nabijheid kwamen, vlogen of spron-
gen ze op, en er behoorde geduld en vlugheid bij om er een paar dozijn
machtig te worden.
De bebouwde velden werden talrijker, en tevens werden de sporen der
verwoesting meer zichtbaar. Door het koren liepen vrouwen en kinderen
met zeissen, sikkels, ijzeren potten en steenen in de hand, die ze tegen
elkaar aansloegen, om den vijand te verjagen; waar ze kwamen, vlogen
de sprinkhanen bij honderdduizend op en snorden om hen rond als een
van den bodem op stijgende nevel. Maar er waren mijlen ver in het rond
slechts enkele menschen, en van het eene veld opgejaagd, lieten de zwer-
men zich op het andere weder vallen. Hier en daar zag men mannen met
de zeis op den schouder loopen wat ze konden om het verderf te voor-
komen door het koren ten spoedigste af te maaien. Hoe snel de postpaar-
den ook liepen, ze werden ingehaald door de kleine wagens der boeren,