Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
Duitsche taal en zeden, ja zelfs de kleederdracht van den tijd toen zij
verhuisden, hebben bewaard. De plaatsen die zij stichtten dragen menig-
maal den naam van Duitsche steden, als Worms, Spiers, Landau, Heidel-
berg, enz. Hun geheele aantal bedraagt bijna 800000. 't Zijn meest
Mennonieten en Herrnhutters, de laatste in Sarepta aan de Wolga. Nog
een ander volk van Germaanschen oorsprong treffen we in Rusland aan in
de Zweden, die ten getale van 264000 langs de kusten van Finland wonen
en zich met landbouw en scheepvaart bezighouden; bovendien zijn zij het
vooral, die aan Finland ambtenaren en geleerden leveren. Evenals in de
Oostzeeprovincien het Duitsch de taal van adel en burgerstand is, wordt
in Finland het Zweedsch door de meer aanzienlijken gesproken; zelfs
bedient men zich van Zweedsch op de vergaderingen van den Einsehen land-
dag te Helsingfors. Het gros der Einsehe bevolking zijn echter meestal
Luthersche Finnen (1.5 millioen). Men kan dus Finland met even veel of
liever even weinig recht Zweedsch noemen als de Russische Oostzee-pro-
vinciën Duitsch heeten.
De Einsehe of Tqoedische volken, tot het Mongoolsche ras en wel tot
den Oeral-Altaischen stam behoorende, hebben zich vroeger verder naar
het zuiden uitgestrekt dan tegenwoordig; ze zijn door de Gennanen en de
Slaven teruggedrongen. Dit terugdringen geschiedde langzaam, en daar de
Letten hunne zuidelijke buren waren, moesten gene voor deze wijken. Nog
ten tijde toen de Duitschers in deze streken kwamen, dus nog niet zoo
heel lang geleden, waren de bewoners van Lievland oorlogszuchtige Fin-
nen. Hunne taal is sedert dien tijd in Lievland echter bijna geheel uitge-
storven; in Koerland heeft ze zich nog in de door wouden geïsoleei-de
kuststreek staande gehouden, ofschoon ze ook hier sterk mét het Lettisch
is vermengd. De Finnen zijn in hunne verschillende afdeelingen over het
geheele noorden van Rusland van de Oostzee tot den Oeral verstrooid. De
Einsehe stam wordt verdeeld in vier familien: i. de Oegrisch (Ostjaken,
Wogoelen en Magyaren (Madjaren)); 2. de Boelgaarsche (Tsjeremissen en
Mordwnen, alsmede de getatariseerde Tqoewasjen); de Permsche (Permiers,
Syijeenen en Wotjaken); de Finnen in engeren zin, waartoe de Europeesche
Finnen, de Esten, I.ieven en Lappen behooren, alsmede waarschijnlijk de
getatariseerde Baqkiren.
De meeste dezer stammen, oorspronkelijk nomaden of jagers en visschers,
zijn reeds door invloed van meer beschaafde volken aan vaste woonplaatsen
gewend en oefenen veeteelt en landbouw uit. De Ostjaken en de Lappen
werden echter door de natuur van hun land gedwongen het rendier-noma-
denleven en de vischvangst te blijven behouden. De Finnen zijn door
herhaalde aanraking met andere volken sterk met vreemde bestanddeelen
vermengd. Ze zijn meestal klein, maar sterk gebouwd; het hoofd is rond,
het voorhoofd laag, 't gelaat plat; de jukbeenderen zijn uitstekend, evenals
bij de andere Mongolen; de oogen staan scheef; de neus is kort en plat;
de mond steekt vooruit; de lijspen zijn dik; de nek is forsch, zoodat het
achterhoofd vlak schijnt; de baard is dun, het haar zwart, soms echter