Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
148
In groote trekken kunnen we alzoo de Russen in drie hoofdafdeelingen
verdeelen: de Wit-Russen in 't noorden, de Klein-Russen in 't Z. en ZW.
en de Groot-Russen in de overige deelen. Onder deze spelen de Groot-
Russen de hoofdrol. We beginnen dus met hen.
De „Moesjik" of de gemeeneman is gewoonlijk een vriendelijk, argeloos
schepsel, geheel vrij van boekenkennis, bijgeloovig en devoot. Voor ge-
slacht op geslacht was de kerk zijnen voorvaderen een bolwerk tegen alle
vreemde invloeden en eene toevlucht in den nood; daarom heeft hij voor
zijnen godsdienst een gevoel van dankbaarheid en liefde, zooals zeker bij
geen enkel ander volk wordt aangetroffen. Van den anderen kant heeft het
heidendom, dat voor een duizend jaar in Rusland nog heerschte, een'
invloed uitgeoefend die nog zeer duidelijk merkbaar is, zoodat het menig-
maal onmogelijk is de grens tusschen het oude heidendom en het nieuwe
christendom nauwkeurig aan te wijzen. Even zoo moeilijk is het soms de
grens tusschen de goede en de slechte eigenschappen van den „moesjik"
aan te geven, te bepalen, waar de geduldige volharding ophoudt en de
domme eigenzinnigheid begint, waar zijne vroolijkheid aan tafel overgaat
in afschuwelijke uitspatting. Zijn leven lang blijft hem een zekere kinder-
lijke, beter kinderachtige trek eigen; blijde met iedere kleinigheid, kan hij
zich met een niets bezig houden; maar zelden is hij tot ernstig nadenken
in staat; hij slentert door het leven, zonder mi.sschien ooit iets edels te ge-
voelen en te denken, zonder zich om eigenwaarde of vrijheid te bekom-
meren. Zal hij gelukkig zijn, dan moet hij vriendelijk maar vast worden
geleid; hij gevoelt zich maar zelden op zijn gemak, als hij den leidenden
teugel niet merkt. Dat zijn de meest kenmerkende trekken van den „Moes-
jik" in de steden en op het platteland; in de eerste is hij echter meestal
meer bedorven. Omdat hij tot drinken geneigd en niet nauwgezet is in de
beslissing omtrent het eigendomsrecht, zijn deze slechte eigenschappen
natuurlijk in de steden het meest ontwikkeld. Daar hem een scherp ver-
stand ontbreekt, zinkt de Russische misdadiger slechts zelden zoo diep als
bij ons het geval kan zijn. Hebzucht, gesteund door sluwheid, en zucht
om brandewijn te drinken brengen hem echter menigmaal op verkeerde
wegen. Zindelijkheid op huis en kleeding is eene onbekende eigenschap.
De beschaafde Rus is zeer intelligent en begrij])t iets zeer spoedig,
maar hij is nukkig, weinig waarheidlievend en geneigd tot verkwisting,
en daarbij ontbreekt het hem aan volharding. Hij offert alles a;tn het oogen-
blik; een genot meent hij niet te duur te kunnen betalen. Nu eens is hij
toegevend, dan weer veeleischend; soms ijverig en energiek, dan weifelend
of stijfhoofdig, in 't kort: het is een wonderlijk mengsel van tegenstrijdig-
heden. Hij neemt spoedig iets over en leert en spreekt daarom ook ge-
makkelijk vreemde talen. Eerlijkheid is zelfs onder hooggeplaatste ambte-
naren uitzondering, omkoopbaarheid regel. Misbruik van wódka (brandewijn)
is ook onder de meer gegoeden niet zeldzaam. De sedert de opheffing der
lijfeigenschap zoozeer veranderde toestanden moeten ook op de hoogere
standen invloed uitoefenen en doen dit dan ook reeds. Maar de veranderde