Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
ingevoerd, en Karei de Stoute stond aan Brugge bovendien het recht vart
enquête toe, om n.l. door alle middelen onderzoek te mogen doen naar
de koopwaren, die in andere steden waren verkocht, ontvangen of opge-
slagen. Het is duidelijk, welk eene welvaart zulk een privilegie in eene
stad als Brugge, gelegen in een rijk en nijver land, te voorschijn moest
roepen. Zij werd de handelshoofdstad van 't noorden en stond in recht-
streeksche betrekking tot vreemde vorsten. Haar „Magistraat" behandelde
de koningen als evenknieën. Met Engeland stond Brugge in levendige be-
trekking; de Bruggenaars mochten zelfs sinds 1260 zich in Engeland ves-
tigen, zonder hun burgerschap van Brugge te verliezen; Eduard I zoowel
als Eduard III bevestigden dit privilegie in 1285 en 1330 en stonden zells
nog voordeeliger voorwaarden toe. De doges van Venetië achtten het zelfs
niet beneden zich, over zaken van privaten aard in briefwisseling te treden
met de burgemeesters van Brugge. Maar de Bruggenaars begrepen dan ook
zeer goed, dat ze tegenover den vreemdeling niet anders mochten staan
dan deze tegenover hen. Zij ontvingen hem goed en stonden andere mogend-
heden dergelijke voorrechten toe als hun waren verleend. De menigte rijke
vreemdelingen uit twintig natiën, die er woonden en er hunne consulaten
hadden, droegen er het hunne toe bij om den bloei en den glans der stad
te verhoogen. Niet alleen toch, dat zij handelszaken deden; maar zij namen
ook aandeel in het openbare leven, en bij plechtige gelegenheden, zooals
bij den intocht van een' vorst, spreidden zij eene buitengewone pracht
ten toon.
Geen wonder, dat het rijke en machtige Brugge door landzaat en vreemde
werd geprezen en verheerlijkt, dat „de ster van België" met het Athene
der oudheid werd vergeleken.
En nu ?
„Wat is de mijn' een val! Hoe ver ben ik versmeten!" Stil en eenzaam
zijn de vroeger zoo drukke straten, verlaten en doodsch de vensters, waar
door de bewoonsters van Brugge, beroemd om hare schoonheid, nieuws-
gierig neerzagen op het bonte gewoel, dat de straten haast niet konden
bevatten.
Brugge is nog slechts de schim van wat zij was.
De mededinging van Gent, de oorlogen met den vreemde, de omwen-
telingen in de stad zelve, het verlies harer privilegiën, haar door de Bour-
gondische hertogen ontnomen, verklaren ten deele het verval van Brugge.
Maar, evenals Antwerpen, zou ook zij zich uit hare vernedering hebben
verheven, als de natuur haar niet had tegengewerkt.
Het Zwin verzandde, en Damme zoowel als Sluis, hare bloeiende voor-
havens van voorheen, zijn tot den rang van dorpen afgedaald. Wel heeft
men de natuurlijke verbinding met de zee door een kanaal naar Ostende
zoeken te vervangen, wel is Brugge in zekeren zin nog zeestad, daar stoom-
booten van 300 tonnen inhoud, beladen met Engelsche kolen, hare haven
binnenloopen, maar wat is dit in vergelijking met de voordeelen die de
Schelde aan den Antwerpschen handel biedt! Het tegenwoordige Brugge
p. K. BOS, Globe. 10