Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
13fi
Tti 1865 leverde B. 1018231 ton ijzererts ter waarde van 9829516 fr.
,, 1871 „ „ 697272 „ „ „ „ „ 6327684 „
„ 1876 „ „ 269200 „ „ „ „ „ 2454000 „
Alleen de provincie Luxemburg bevat nog eene aanzienlijke hoeveelheid
ijzer. Het aantal werklieden in de metaalmijnen nam dan ook van 1865
tot 1876 aanzienlijk af: 11 813 — 4248. De invoer van ijzererts en ruw
ijzer nam in de laatste jaren ten behoeve van de Belgische ijzerfabrieken
sterk toe.
Onder de delfstofifelijke voortbrengselen van België dienen nog te worden
genoemd de slijpsteenen van Vieil-Salm, in de provincie Luxemburg,
dichtbij de Duitsche en de Luiksche grenzen. In het neutrale gebied van
Vieille Montagne of Altenberg ') vindt men zinkgroeven.
Het vruchtbare en aan delfstoffen zoo rijke met löss bedekte gebied van
Middel-Belgie, tegenwoordig zoo dicht bevolkt, zoo rijk bebouwd en
zoo druk door handel en nijverheid, vormde reeds vóór den tijd der
kunstwegen een zeer geschikten weg tusschen de ruwe, moeilijk begaanbare
Ardennen en het toen moerassige Noordwest-Belgie door. Geen wonder,
dat Middel-Belgie, tevens zoo rijk aan levensmiddelen, het doortochtsland
werd ook voor legers, die van de Maas en den Rijn naar het Seinegebied
trokken, dat hier en in Fransch Vlaanderen zoo menige slag werd geleverd,
en dat, waar de natuur geene grenzen had geschapen, langs de staatkun-
dige grenzen van Belgie en Frankrijk vele vestingen verrezen. De landbou-
werswoningen ten zuiden van Brussel herinneren er in haren bouwtrant
zelfs aan, dat deze vnichtbare streek vaak aan invallen was blootgesteld.
De vensters der lage en sterk gebouwde huizen zien op eene binnenplaats
uit, en boven de deur bevindt zich doorgaans een vierkante toren.
Op het lössgebied volgt de eigenlijke vlakte, die grootendeels uit de zee
is bezonken. De oostelijke helft is de Campine of het Kempenland, dat
onder een slechten naam bekend staat. Het is de streek van het Belgische
diluvium met zijne zandstuivingen en zijn schralen plantengroei. Het insij-
pelende water vormt hier en daar banken van zandoer, zooals die in
Nederland (zie p. 35) en op de heidevelden van Gascogne en Guyenne
(zie p. 122) worden gevonden. In sommige streken vindt men, op eene
diepte van een' meter ongeveer, leem, dat, aan de oppervlakte gebracht
en met zand vermengd, een goeden bouwgrond oplevert. Op vele plaatsen
heeft men dit dan ook gedaan, zoodat reeds vele oazen te midden van
het stuifzand, de heidevelden en de dennebosschen eene aangename afwis-
seling te weeg brengen. Het Hageland in 't NO. van Brabant, vroeger
een deel van de onvruchtbare Kempen, is nu reeds in vruchtbaar land
herschapen, dat eene waardige voortzetting vormt van la Hesbaye.
De westelijke helft van de Belgische laagvlakte zijn de Vlaanderens, die
groote overeenkomst vertoonen met Holland, ook wat de grondsgesteldheid
aangaat. Van nature is de bodem er lang niet overal vruchtbaar; slechts
') Dit gebied wordt bestmud door een Belgischen en een Prnisischen commissaris.