Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
evenwel, die eerder van godsdienst en gewoonten veranderden dan die
der bergen en op de laatsten in dit opzicht een goeden invloed uitoefen-
den, zoeken van den schralen bodem te trekken, wat er van te halen is.
In de nabijheid van de steden, die in den omtrek der Ardennen liggen,
ziet men de bewijzen van de grootste inspanning en volharding. Door
kalk op den grond te strooien, zoeken de landbouwers de onvruchtbare
aarde vruchten af te dwingen; waar de 'naakte rots aan den dag komt,
halen de bergwerkers er kalk, lei, bouwsteen, ertsen of plastische leem
uit; het minste stroompje wordt gebruikt als beweegkracht. Het door de
Fagnes naar het noorden beschutte dal der Semoy wordt „Klein Provence"
genoemd. De streek tusschen Sambre en Maas draagt den naam van Fagne;
tusschen Maas en Ourthe strekt zich Ie Condroz uit, welke oude Keltische
naam afkomstig is van het volk der Condruzen; tusschen Maas 'en Vesdre
is het land van Herve bekend door zijne mooie weiden, waar veel boter»
en de Limburgsche kaas worden gemaakt.
De Sambre en de Maas begrenzen ongeveer het eigenlijke bergland der
Ardennen aan den noordkant. Ten noorden van deze rivieren begint
Middel-België, een zacht golvend land, dat naar de zeezijde afhelt en
door vele rivieren met bochtigen loop en breede, niet diep ingesneden
dalen wordt besproeid. Hier en daar geven bosschen, beken, zacht hellende
heuvels, molens en gebouwen met torentjes aan het landschap een bevallig
voorkomen; maar de oneffenheden van den bodem zijn te zwak dan dat
het niet gemakkelijk zou zijn gevallen op vele plaatsen het schoon der
natuur te bederven door huizengroepen en zonder smaak verstrooid liggende
bouwlanden. Het schoonst is Middel-België in het westen, naar den kant
van Frankrijk. In dit land van Doornik maken de groote weiden, de
boomenrijen langs de wegen en kanalen en de heuvels het landschap
werkelijk schoon. Geheel Middel-België —■ in 't oosten la Hesbaye, in
't midden Brabant, in 't zuiden en zuidwesten Henegouwen en het land
van Doornik, — is bedekt met eene zeer vruchtbare laag diluviale klei,
die algemeen bekend is onder den Duitschen naam van löss, in Nederland
Limburgsche klei en in België Hesbaaische klei of limon hesbayen wordt
genoemd. Hier en daar is dit löss vermengd met grint en zand, dat door
het water van de Ardennen is medegevoerd. De grint ligt in dikke lagen
in de dalen, en deze lagen worden des te minder dik, naarmate ze verder
van het bergland verwijderd zijn. Het löss bedekt hier bijna overal alle
andere vormingen, als leien, zandsteen, kalksteen (waartoe ook de blauwe
Escauzijnsche steen behoort, die uit de groeven van Escaussines wordt
gedolven) en phophier, dat de groenachtige Quenast-keien levert, zoo
geheeten naar het dorp Quenast, ten NW. van Nivelles. Bovendien worden
er grootendeels door bedekt de steenkolenbeddingen langs de Maas en
de Sambre.
Deze kolenbeddingen strekken zich ook nog buiten België voort tot in
Duitschland en 't noorden van Frankrijk. Bij Namen komt de bodem van
een hooggelegen kolenbekken voor den dag, en de steenkolenlagen, die