Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
VI. REI.CTIK.
BELGIËS BODEM EN DELFSTOtTEN.
Wat de hoogte betreft, kunnefti we in België drie deelen onderscheiden:
de Ardennen in 't zuidoosten tot aan Maas en Sambre, een lager heuvel-
land daarvoor liggende, en een ten noorden en ten westen daarvan gelegen
laagland, dat aan den zeekant door duinen wordt begrensd.
De Ardennen, wier hoogste gedeelten zich tot ongeveer 700 M. verheffen,
zijn het oudste gedeelte van België; zij bestaan grootendeels uit leien,
grauwacke-vormingen en kolenkalksteen. Door verweering en wegvoering
door stroomend water zijn de Ardennen gedurende den tijd van hun
bestaan reeds aanzienlijk lager geworden. De rivieren hebben er hare dalen
in uitgeslepen en daardoor het bergland in verschillende afdeelingen geschei-
den. Inweerwil van de geringe hoogte der Ardennen hebben ze een onher-
bergzaam, ruw karakter; vooral is dit het geval met de breede ruggen
der Hautes-Fagnes (Hooge Veen). Enkele grasrijke dalen, waar besproei-
ingskanalen zich vertakken en eenige laagten, waar het water molens in
beweging brengt, maken uitzonderingen; voor 'toverige ziet men slechts
kreupelhout van beuken, eiken, berken en dennen, heidevelden waaruit
hier en daar rotspunten opsteken, schrale weiden, varens en jeneverstruiken,
terwijl in de moerassige kommen riet en mos venen vormen. In de laatste
jaren evenwel is men hier en daar begonnen met weder bosschen aan te
planten, waardoor sommige deelen der Ardennen het voorkomen herkrijgen,
dat ze voor een vijftiental eeuwen bezaten, toen groote wouden zich uit-
strekten van de Oise tot den Rijn. Op de bergen in de meest woeste
streken is de laag vruchtbare aarde zeer dun en ligt zij in de meeste
gevallen op de naakte rots, zoodat de struiken er ternauwernood hare
zwakke wortels kunnen vasthechten. Huizen ziet men zelden in deze oor-
den , en waar ze te midden der heidevelden of der bosschen nog voorkomen,
zien ze er natuurlijk allerarmelijkst uit. Even natuurlijk is het, dat hier
de oude toestanden lang bewaard bleven. De dienst der godheid Ardoine
(Arduinna), die men verwarde met Diana, hield zich hier lang staande;
heur laatste altaren werden eerst in de 17e eeuw omvergeworpen, toen,
volgens de legende St.-Hubertus in het Ardennerwoud een hert zag, dat
tusschen zijne horens een schitterend kruis droeg. De bewoners der vlakte