Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
ook hier voor geniaal gehouden, maar het had hetzelfde lot als vroeger:
aan de verwezenlijking dacht niemand. Medail sloot de oogen, lang vóór
zijne denkbeelden en zijne plannen waren uitgevoerd.
Maar de geschiedenis zou zijner nagedachtenis genoegdoening verschaffen.
Onder de leiding van de ingenieurs Graltoni, Grandis en Sommeiller werd
de doorboring binnen negen jaren voltooid en den 17en September 1871
werd de spoorbaan voor 't verkeer geopend, — een nieuwe band voor de
eenheid van Europa.
In 't begin van October ondernamuk den tocht door den Mont Cenis.
De natuur wordt ruwer en machtiger, wanneer men uit het zuiden van
Frankrijk naar Savoye zich begeeft; de bergen nemen steeds woester vor-
men aan en stijgen steeds hooger; in de plaats van de zachte, gouden
tinten van Provence komen ernstige, donkere kleuren; tot hoog naar boven
zien wij dennenwoud, en het koude, kristalheldere water van den berg-
stroom stormt ons voorbij. Eenzame hutten, met bruine schors bedekt,
liggen aan den kant van den weg; maar zelden zien we nog een armoedig
dor])je; nu en dan vinden We loofhout en hooren we 't geklinkklank van
de klokjes der koeien. Hier in deze trotsche bergwereld was het jachtgebied
der geharde Sarden.
Maar steeds enger worden de dalen, steeds woester de bergen, hoe ver-
der we ijlen; een smal voetpad slechts leidt in de zijdalen, die zich voor
onze blikken openen en dadelijk ook weer sluiten. De strijd, dien de
mensch hier tegen de natuur heeft gestreden, wordt hier in honderden
teekens zichtbaar. Star en wild zien ons de bergen aan, tot op eens de
weg door rotskolossen schijnt afgesneden. Het is onmogelijk verder door
te dringen. Schril fluit de locomotief, de ijzeren raderen knarsen — 't is
Modane, het laatste station aan den voet van den Mont Cenis.
■ Hier hebben we een klein uur oponthoud. Uit de geopende coupé's der
eerste klasse (andere maken deze route niet mee) komt eene dichte men-
schenmassa te voorschijn: Italianen en Franschen, Engelschen en Russen,
menschen van alle talen en tongen woelen door elkander. Daar de grens
midden door den tunnel loopt, is hier het douanenstation: door eene vrien-
delijke beweging met de hand wordt men uitgenoodigd de hal binnen te
treden en de koffers te openen. Wat een gewoel! „Prenez garde!" schreeu-
wen de bedienden, die op handkarren de koffers naar binnen schuiven.
„Sangue di Cristo!" roept een Italiaan, die zijne vrouw in 't gedrang ver-
loren heeft. Eene zangeres, die naar Milaan gaat, heeft negentien groote
koffers,"die dan ook het laatst van alle worden gevisiteerd.
Modane ligt in een' bergketel, die ternauwernood een uur in omtrek is;
verweerde stukken rots zijn tot bijna aan de spoorstaven gerold, en reeds
vroeg in den namiddag werpen de bergen hunne blauwe schaduw tot in
het dal. Hier is de ingang tot den Mont Cenis; in deze wildernis, waar
slechts een paar rijen huizen staan, overblijfselen uit den tijd der doorbo-
ring, is nu het groote station, het punt waar de wegen van Frankrijk en
Italië samenkomen.