Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
onmogelijk hier te gaan; daardoor werden de herders dier heidevelden ge-
noodzaakt zich van stelten te bedienen van meer dan een meter hoogte.
Als bewoners eener geheele streek zijn de steltenloopende Landescots
of Lanusquets waarschijnlijk zonder weerga. Het is waarschijnlijk, dat
het gebruik om op stelten te loopen niet vóór de middeleeuwen bestond;
want de oude schrijvers, wien een dergelijk gebruik natuurlijk wel bijzonder
in 't oog moest vallen, maken er geen melding van. Denaam chanque,
dien de Landescots aan hunne stelten geven, is gevormd van het Engelsche
shank (been); men zou dus tot de meening worden gebracht, dat het
zonderlinge gebruik misschien van den tijd der Engelsche heerschappij
dagteekent. Op zijne stelten bewaakt de Lanusquet zijne schapen; zelfs
wanneer ze in de struiken verdwalen, verliest hij ze van zijn hoog stand-
punt niet uit het oog; hij loopt met dubbele snelheid door poelen, moe-
rassen en venen, zonder de kleeren te scheuren aan struiken en stekelige
planten. De groote stok, dien hij met buitengewone vlugheid hanteert en
die hem, al naar het te pas komt, dient als balanceerstok, als zetel of als
middel om iets uit den weg te schuiven of te slaan, draagt er toe bij,
om iets vreemds aan zijn voorkomen te geven. In de gedeelten der heiden,
waar nog geene wegen zijn, bedienen ouden en jongen, mannen en vrou-
wen zich van stelten.
Maar dit oude gebruik zal natuurlijk vroeger of later met de heiden zelf
moeten verdwijnen. In het begin dezer eeuw hadden de eenzame streken,
die zich tusschen de Garonne en de Adour uitstrekken, zoo weinig waarde,
dat men er stukken lands verkocht bij den afstand, waarop het geluid der
menschelijke stem nog hoorbaar is. Een stuk land, ingesloten door eene
lijn, binnen welke het geroep van een' herder nog kon worden gehoord,
werd voor slechts enkele franken verkocht. In den tegenwoordigen tijd
hebben ook de onvruchtbaarste zandstreken reeds waarde, omdat men ten
gevolge van het aanleggen van wegen en het graven van kanalen ze beter
kan bereiken en gemakkelijker tot ontginning kan overgaan, die grootere
opbrengst ten gevolge heeft. Slechts enkele gedeelten vertoonen nog het
oorspronkelijke karakter van vroegere eeuwen. Niets breekt daar de groote
eentonige vlakte; niets in 't bijzonder, maar de heide in haar geheel, tot
waar de wazige horizon een bosch doet vermoeden, dwingt den bezoeker
tot beschouwen en tot droomen.
Groote heidevelden, hoogopgeschoten varens, bremstruiken met hare
gele bloemen, bossen riet en carex, deze oorspronkelijke plantengroei der
heiden, ruimt steeds meer het veld voor eene geregelde bebouwing, vooral
voor den aanplant van dennep. Bijna zonder uitzondering wordt daarvoor
de zeepijn genomen. Dat onder dikke veenlagen ook reeds omgehouwen
stammen van dezen boom worden gevonden, bewijst, dat men reeds vroeg
zich met den aanplant daarvan heeft beziggehouden. De gemakkelijkheid,
waarmee de boom wordt aangeplant, de bruikbaarheid van het hout, de
overvloed van hars, dat hij gedurende eene eeuw en zelfs gedurende nog
längeren tijd levert, verklaren de gunst, waarin deze boom bij de bewoners