Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
golven, en men voelt den harden granietbodem onder zijne voeten trillen.
De zuidkust van Bretagne is minder hoog en minder gevaarlijk dan de
noordkust. Toch zijn ook hier zee en land in voortdurenden strijd. Eene
rij eilandjes van de punt van Croisic naar die van Quiberon wijst de
vroegere kustlijn aan, en daar binnen vertoont de tegenwoordige kust een
ondiepen, wonderlijk vertakten en met eilanden gedeeltelijk gevulden inham,
Morbihan (= kleine zee) geheeten. Het schiereiland Quiberon is eigenlijk
niets anders dan een eiland, dat door eene zandige landtong die met
duinen is bezet en bij vloed onder water staat, aan 't vastland is gehecht.
Verder zuidelijk vertoont het eiland Noirmoutier een' nog onvolkomener
overgang tot den schiereilandvorm, daar het nog slechts begint met het vastland
vereenigd te worden. Op meer dan ééne plaats op Bretagnes zuidkust-ver-
schaft de sardijnenvangst, de bereiding en de verzending van dit smakelijke
vischje, bezigheid aan duizenden.
In den noordoosthoek van 'tschiereiland, aan de golf van St. Michel,
waar reeds een gedeelte der slikken vóór de kust zijn ingepolderd, hebben
de bewoners van Cancale op de bij eb droogloopende deelen der zee
hunne Oesterbanken. Uit deze slibbanken verheft zich de rots van St. Michel
met hare gevangenis, hare kerk en hare vestingwerken. Verder westelijk
liggen op eenigen afstand van de kust de „Epées de Tréguier" (= zwaarden
van Tréguier), groote steendammen, die de zee daar heeft neergeworpen,
en waarop menig schip reeds is verbrijzeld. Tegenwoordig staat er echter
een voortreffelijk kustlicht op.
Wel mochten de oude Kelten dit schiereiland „Armorica" of liever
„Arémorica", d.i. „land van de zee" noemen; want aan de zee dankt
Bretagne den vorm zijner kusten, zijn klimaat, een groot deel van zijne
voortbrengselen en van zijne nijverheid, de zee is het ook, die haar stempel
heeft gedrukt op het karakter zijner bewoners, zooals boven reeds meteen
enkel woord werd aangeduid.
De tegenwoordige Bretons stammen waarschijnlijk voor het grootste deel
af van de oude Gallische (Keltische) bewoners van Armorica. Den tegen-
woordigen naam heeft het schiereiland („Bretagne", eigenlijk „Klein Britan-
nië") evenwel ontvangen van de uit Britannie gevluchte Keltische Britten.
Deze kwamen hier als de meerderen; zij gaven hun' naam aan land en
volk; zij voerden hun' godsdienst in; hunne taal, die zeer veel overeen-
komst had met die der inboorlingen, werd heerschend; vele kuststeden
werden door de Britsche kolonisten gesticht. De tweeërlei afkomst der
Bretons is nu nog duidelijk te merken, vooral op de noordkust. De
afstammelingen der Britten zijn groot, blond en hebben blauwe oogen;
het zuiverst schijnt hun type bewaard op de eilanden Batz en Ouessant,
en over 't geheel zijn ook de Bretons in het noordwesten van 't schiereiland
grooter en blanker dan die der andere gedeelten. De bewoners van den
zuidkant van het Arrée gebergte zijn evenwel klein en hebben een meer
rond hoofd en eene bniinachtige tint; maar zoowel de bewoners van
't noorden als die van het zuiden onderscheiden zich door de somberblauwe