Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
Vendômezuil ontwaren, eene navolging van de Trajanuszuil in Rome. Op
haar top staat het beeld van Napoleon I, gekleed als Romeinsch keizer.
Ook deze zuil herinnert aan den commune-tijd: zij werd in 1871 omver
gehaald, doch later werden de stukken weer zoo goed tot een geheel samen-
gevoegd, dat ternauwernood iets meer van het gepleegde vandalisme te
merken is.
De door ons afgelegde weg van de brug van Neuilly tot de Nieuwe
Opéra is ongeveer i'/g uur gaans lang. Bij het Louvre bevonden we ons
vrijwel in 't midden der stad. Door gebruik te maken van omnibus, tram-
wagen of ceintuur-spoorweg, welke laatste binnen de tegenwoordige vesting-
werken rondom de geheele stad loopt, begeven we ons naar de „Avenue
du Trocadéro", die uitloopt op het Trocadéro-paleis, dat met de daarvoor
gelegen ruimte en het „Champ de Mars" op den linker oever der Seine
het terrein der Wereldtentoonstelling in 1867 en 1878 vormde. Van het
groote Trocadéro-paleis, dat op een' heuvel staat, waarin steengroeven,
heeft men een schoon gezicht over de stad. Onmiddellijk aan het 20 minu-
ten lange en half zoo breede Champ de Mars grenst de groote „Ecole
militaire", en niet ver van daar ligt het bovengenoemde kolossale „Hôtel
des Invalides", eene stichting van Lodewijk XIV, „pour assurer une existence
heureuse aux militaires qui, vieillards mutilés ou infirmes, se trouveraient
sans ressources après avoir blanchi sous les drapeaux ou versé leur sang
pour la patrie."
Slechts enkele van de vele merkwaardigheden, die ook het gedeelte der
stad op den linker oever der Seine bevat, kunnen we bezichtigen. We
richten onze schreden naar het „Palais du Luxembourg", door Maria de
Medici, weduwe van Hendrik IV, gesticht, en bezichtigen in het museum
de schilderijen van levende meesters, om daarna in den „Jardin du Luxem-
bourg" te gaan wandelen.
Nu naar het Pantheon, het hoogste punt der stad, oorspronkelijk een
herinneringstempel aan Frankrijks groote mannen, nu eene kerk; naar de
bekende Sorbonne en over eene der bruggen die den zuidelijken tak der
Seine overspannen, naar de Cité, een eiland, het oudste deel van Parijs.
Daar verheft zich de „Notre-Dame", de kathedraal van den aartsbisschop
van Parijs, met hare beide onvoltooid gebleven torens. Op het oostelijke
einde der Cité ligt de sombere „Morgue", een gebouw, waarin de onbe-
kende lijken der in de Seine verdronkenen of anders omgekomenen ter
herkenning ten toon gesteld worden.
Veel, zeer veel belangrijks is er nog in Parijs te zien, doch we zullen
nu slechts noemen : de „Halles Centrales", waar men zich eene voorstelling
kan maken van de kolossale hoeveelheid voedsel, die eene stad van 2
millioen inwoners noodig heeft; de „Halle aux vins", eene menigte wijn-
kelders, die 134000 □ M. beslaan; de abattoirs; het „Pare des Buttes
Chaumont", 22 H.A. groot, een te midden van de arbeiderswijken aange-
legd ]iark met rotsen, grotten, een grooten waterval, bloem])erken en
boschpartijen; het kerkhof „Père I^chaise", het bekendste der 22 begfaaf-