Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
de Pyreneeën, in Auvergne, in de Alpen en de Vogezen worden gevonden.
In de industrie heeft Frankrijk verbazende vorderingen gemaakt, zooals
reeds uit de volgende feiten blijkt. In eene halve eeuw is de hoeveelheid
steenkool, die in Frankrijk noodig is, vertwintigvoudigd, terwijl het aantal
paardenkrachten dat de gezamenlijke stoommachines vertegenwoordigen
minstens dertigmaal zoo groot is als in 1840. In 1874 waren bijna
millioen personen werkzaam in de eene of andere tak van nijverheid of
in de mijnen (in de laatste slechts een gering deel: 179000), rekent men
hierbij de huisgezinnen, dan blijkt het, dat bijna 81/2 millioen menschen,
dus bijna van de geheele bevolking, hun bestaan in nijverheid (ot
mijnbouw) vinden. Volgens den statisticus Maurice Block zou de gezamen-
lijke waarde van de producten der Fransche industrie in 1875 minstens
13 milliard francs bedragen. Een en ander is voorzeker reeds voldoende
om de bewering te staven, dat de Fransche industrie reusachtig is en dat
de Franschman op dit gebied boven bijna alle volken der aarde uitmunt.
Eene zijner eigenschappen is zin voor het sierlijke en schoone, en deze
eigenschap komt hem in de industrie bijzonder te stade.
De voornaamste middelpunten der industrie-districten zijn Parijs en ver-
volgens Lyon en Lille of Rijsel. De beide laatste industrie-streken worden
krachtig gesteund door de nabijzijnde kolenbekkens; Parijs en het Seine-
gebied ontvangen hunne kolen meest uit België. Elders hebben de aanwe-
zigheid van ijzer, van [jorseleinaarde of leem verschillende soorten van
nijverheid in 't leven geroepen. Aan de kusten heeft de gemakkelijkheid
van 't verkeer verschillende bezigheden doen ontstaan, die hare grondstoffen
uit den vreemde ontvangen of hare producten aan den vreemdeling ver-
koopen. In nog andere gevallen is het de schrale bodem van bergstreken,
die den mensch tot nijverheid heeft genoodzaakt, zooals in Ie Velay
(dichtbij de bronnen van Allier en Loire), in Auvergne, in de Vogezen,
waar de vrouwen zich met de verwaardiging van kant bezig houden, en
in den Jura, waar de mannen houtsnijden, horloges, springveeren en
allerlei werktuigen maken.
De voornaamste tak van nijverheid is de vervaardiging van geweven en
gesponnen stoffen, waarmee zich stellig meer dan twee millioen menschen
bezighouden. Wat de zijden stoffen aangaat, is Frankrijk het eerste land;
Lyon en omstreken zijn de hoofdplaats voor deze bezigheid, verder nog
St. Etienne en Nîmes. In wollen stoffen doen vooral Normandie (Elboeuf ),
Picardie (Amiens en Abbeville), Vlaanderen (Cambray), Sedan, Parijs,
Roubaix, Lille en Tourcoing. Katoenen garens en stoffen worden hoofd-
zakelijk vervaardigd in Normandie (Rouen, „het Fransche Manchester"),
St. Quentin, Roubaix, Lille en Rheims. Door den afstand van Elzas heeft
Frankrijk een zeer belangrijk gebied voor de katoen industrie verloren.
Hâvre is de hoofdmarkt van Frankrijk voor den invoer van katoen. Voor
linnenweverij zijn Vlaanderen (Lille), Normandie, Picardie en Bretagne
het belangrijkst. De kanten-fabrikatie heeft Valenciennes bijna geheel ver-
laten. Voor porselein en aardewerk zijn Sèvres en Limoges beroemd.