Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
die tot de knie reikt, valt onder den leeren gordel af op de met sporen
voorziene ])aardeleeren laarzen. Des zondags of als de hitte niet te groot
is, behooren bij de'kleeding nog een zwarte halsdoek met franjes, een met
tinnen knoopen bezet vest en de sierlijke spencer, die gewoonlijk op zijde
wordt omgehangen. In den herfst, als koude nevels den naderenden win-
ter aankondigen , werpt de jjaardenhoeder nog eene goeba om , een overkleed
van vlossig ongevold laken.
Met de behendigheid van den Zuidrus-sischen Taboentsjik of den Ame-
rikaanschen Gaucho zwaait de csikós zijne uit hennep en paardenhaar ge-
draaide werplijn, als hij een verwilderd paard uit de kudde moet halen.
De jonge paarden n.l. verlaten de poesta niet, vóór zij in het derde of
vierde levensjaar verkocht of getemd en tot werken afgericht worden. De
csikós nadert het dier dat hij wil bemachtigen, werpt het den lasso om
den hals, rukt het tegen den grond en zit bijna in hetzelfde oogenblik o]3
den rug van het paard. Dan begint een hevige strijd tusschen het ver-
schrikte, woest slaande dier en den stoutmoedigen ruiter; maar in een uur
is de wilskracht van den doodmoeden renner door de woeste parforcejacht
gebroken.
Vaker dan de paardenkudden ziet men groote troepen slanke blauwwitte
runderen. Het rund, ofschoon kieskeuriger dan het paard, wordt toch
alleen wanneer het als slachtvee zal worden verkocht, in betere weiden
gebracht; anders moet het zich, vooral in droge jaren, met de schraalste
weide tevreden .stellen, terwijl het in den winter niet zelden nog slechter
kost voorlief moet nemen. Is de zomer echter niet te heet, dan levert het
welgevoede, levenslustige hoornvee een schoon gezicht op. De runderen
worden na eenige jaren als slachtvee in den handel gebracht, ófalstrekvee
door de landbouwers gebruikt. Ieder grondbezitter heeft eene goelya (nm-
derkudde) van verschillende grootte naar de grootte van zijne poesta; op
vele poesta's weiden eenige duizenden runderen. Zomer en winter leven
deze, evenals de paarden, op de poesta; alleen bij strenge koude worden
zij onder dak gebacht. Het is geene gemakkelijke taak voor den herder,
zijne groote kudden bij elkander te houden, en de goelyas (koeherder)
moet, vóór hem eene kudde wordt toevertrouwd, evenals de csikós zijn
proefstuk afleggen. Met dezen is hij de meest geharde herder der vlakte;
beiden moeten eene droge, heete lucht gedurende twee maanden en de
koele morgendauw even goed kunnen verdragen als de gloeiend heete step-
penwinden, de snijdend koude stormen, die van de Karpaten komen, en
de stortregens, die bij de plotseling opkomende onweders van Zuid-Hongarije
neerpiassen.
Later dan de andere herders verlaat de Joehasz (schaapherder) de teenen
omheining, gehuld in zijne pels (de lange boenda), die „des winters tegen
de koude, des zomers tegen de warmte beschermt" en als tent en bed
dienst doet, omdat voor zijne dieren de vochtige dauw schadelijk is; in
de hand houdt hij den langen, aan het boveneind gebogen stok, waarmee
hij de schapen vangt, die hij "s avonds voor zijne eigene behoefte melkt.