Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
droogde bladeren eene aetherische olie destilleert, die de stad Lesina jaar-
lijks ongeveer 36000 gulden opbrengt. Men gebruikt de rosmarijn-olie
vooral, om de voor technische doeleinden bestemde olijfolie daardoor on-
geschikt voor huishoudelijk gebruik te maken, waarmee het betalen van
lagere invoerrechten wordt verkregen.
Midden op den dag, als de zon oj) de schaars begroeide bergen en
stranden brandt, zijn de landschappen in Dalmatie niet mooi. Doch des
avonds, als de zon daalt, dan maakt de eentonige tint plaats voor allerlei
kleuren: rood, geel en paars met ontelbaar vele tusschentinten, waarbij
het blauw van de hier en daar tusschen door glimmende zee een wonder-
schoon effect maakt. Dalmatie heeft echter ook streken, die eene verlich-
ting bij ondergaande zon niet noodig hebben, om schoon te zijn. Voor
alles moeten de watervallen van de Kerka worden genoemd, die hunne
beroemdheid minder aan hunne hoogte dan aan him aantal en hunne breedte
te danken hebben.
De bewoners van Dalmatie behooren tot den Slavischen stam en staan
in ontwikkeling nog zeer laag. In de kuststeden wonen ook Italianen. De
bedraagt ongeveer 480000. Tn 1871 bezocht slechts ruim 12'/^ van de
kinderen de scholen. De voornaamste bezigheden zijn korenbouw en vee-
teelt op het vastland, wijnbouw en olijventeelt op de eilanden, vischvangst
aan de kusten, handel in de hoofdstad Zara, in Sebenico, Spalato, Ragusa,
Cèttaro, Lesina en Curzola.
OP DE POESTA.
Nog liggen diepe stilte en duisternis van den nacht op de poesta; mijlen
ver klinkt geen uitdagend hanengeschreeuw door de koele lucht; grijze
dampen zweven over den grond. Daar schemert aan den oostelijken hemel
de dag; jubelend stijgt de heideleeuwerik naar boven en begroet het morgen-
rood, dat al sneller en al vuriger den horizon omzoomt.
Maar beneden ook ontwaakt het leven. Het loeien van enkele runderen
vermengt zich met het geblaat der .schapen, en nu en dan stoot een
vurige hengst zijn gehinnik uit, schel als eene krijgstrompet; onrustig
snuiven de paarden en stampen met de hoeven op den grond. Daar staan
de langharige witte honden op, rekken zich slaapdronken uit, geeuwen en
zien met hunne verstandige, zwarte oogen naar de herders, waarvan som-
migen bij de kudden rondloopen, anderen zoo juist de eenvoudige leger-
stede verlaten, de kleine kegelvormige hut van aarde en riet, die den
herder bijna alleen dient tot bewaarplaats van zijn voedsel en zijne kleeding
en hem des daags beschutting verleent tegen plasregen en hagelslag. De eene