Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
wordt. Hier vinden wij het laatste, maar niet het minst belangrijke station
der glasindustrie, het vriendelijke dorpje Neuwelt, waar alle takken van die
nijverheid worden uitgeoefend, van het stampen van kwarts tot het kunstigste
glasslij pen en glasschilderen. De fabriek te Neuwelt houdt meer dan vier-
honderd arbeiders bezig.
En zoo nemen we afscheid van deze schoone, nijvere dalen van Bohemen ,
waar op eene kleine ojjjjervlakte zoo veel merkwaardigs is te zien.
OVER DEN BRENNERPAS.
De spoorweg over den Brennerpas van Innsbrttck naar Botzen werd van
1864 tot '67 aangelegd en is 17 geogr. mijlen lang. Aan het station Bren-
ner bereikt de weg eene hoogte van 1261 meter. Men heeft 27 tunnels
voor dezen spoorweg moeten aanleggen. Nauwelijks is men op weg, of de
trein spoort door den 612 meter langen tunnel van den Iselberg.
Boven onze hoofden liggen op den Iselberg de plaatsen, waar in 1809
Andreas Hofer, Speckbacher en de capucijner Haspinger tegen de Beieren
en de Franschen hebben gevochten. De onderaardsche duisternis, het
vreeselijk geratel der rollende wagens, de schelle angstkreet der machine
beklemmen de borst, en we ademen eerst vrijer, als we na eenige minuten
weer in de vrije buitenlucht komen. Toch begint nu eerst het gedeelte
van den weg, dat de grootste moeilijkheden bij den aanleg bood. Ongeveer
drie uren laixg loopt de weg langs een steilen kant van 't gebergte, waar
men rotsen moest laten springen en soms meer dan honderd voet eene
kloof moet aanvullen, om een' weg te verkrijgen. De leek vreest ieder
oogenblik met wagen, locomotief, conducteurs en reisgenooten in de
schuimende Sill te storten, die in de diepte zich tusschen de rotsen door
kronkelt. Maar zelfs hij, die met het sterkste vertrouwen op de kunst des
bouwmeesters is bezield, voelt zich toch zekerder en verlicht, als hij voorbij
het station Patsch langs een schijnbaar minder gevaarlijken weg spoort.
Buiten de talrijke tunnels biedt de weg niet veel aan, wat de verbazing
van den niet-bouwkundige kan opwekken: het meeste ontgaat aan zijne
blikken, doordien hij er over heen spoort, zonder te bemerken, welke
kolossale bouwwerken onder hem zijn uitgevoerd. Op eene plaats ziet hij
met verbazing, dat de Eisack zachtjes uit zijne bedding in eene andere
wordt overgedragen. Door het oude bed der rivier gaat de trein, en zij
zelve stort zich nu door eene ronde rotspoort of een' tunnel, dien men
haar als schadeloosstelling heeft aangewezen. Ook de Sill heeft bij Matrei
eene dergelijke handeling ondergaan.
Tweemaal gaat de spoorweg, om de hoogte te kunnen bestijgen, door
zijdalen. De reiziger ziet dan boven zich aan de helling eene galerij, en