Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
afgesloten zee uitmondt. De Zwarte zee is slechts ongeveer half zoo groot
als het geheele Donaugebied, en zij bezit slechts een enkelen smallen ver-
bindingsweg met andere zeeCn: den Bosporus. Daardoor is het mogelijk,
dat een enkel volk de kusten en de zee zelve beheerschen en de enge
poort van gemeenschap voor iederen vreemde afsluiten kan. Zulk eene
afsluiting heeft met den Pontus vaker plaats gehad dan met ééne andere
zee. Eerst waren de Grieken, vooral die van Miletus, de alleenlieerschers;
later was het Mithridates. Daarna kwamen de Romeinen, en later streden
de Genueezen en de Venetianen lang om den sleutel tot de Zwarte zee.
Eindelijk verschenen de Turken en namen er het monopolie van handel
en scheepvaart in bezit. Tegenwoordig, nu de Turken door de Russen
van de helft der Zwarte-zeekusten verdreven zijn, is de zee voorloopig
weder voor alle volken geopend. Maar de Russen streven naar de alleen-
heerschappij op den Pontus. — Natuurlijk moesten genoemde eigenschappen
van de Zwarte zee nadeelig werken op het verkeer op de Donau. Boven-
dien voert de Bosporus met zijne voortzettingen naar de Egeïsche zee
eigenlijk terug en opent daarom voor de Donau geene wijde en rechtstreeksche
verbindingswegen. Daarom is het in vele gevallen voor de Donaulanden
gemakkelijker, om langs landwegen over Triest, Saloniki en Konstantinopel
met de zee in verbinding te komen, dan den weg te kiezen iloor de
Zwarte zee, den Bosporus, den Hellespont en den Archipel.
W E E N E N.
Oostenrijks hoofdstad ligt in het kruispunt van twee groote en belang-
rijke wegen: den weg van Triest over den Semmeringpas en verder door
de Marchvlakte en het Oderdal naar het noorden, en in de tweede
plaats de Donau met haar dal. De lengte en de belangrijkheid dezer wegen,
zooals er geen tweede paar elkander tusschen Zwarte woud en Zwarte zee
kruisen, maken de beteekenis van deze hoofd-, handels- en industriestad,
die met hare voorsteden nu i millioen inwoners telt, begrijpelijk.
De wieg van Weenen is het naar haar genoemde „Weener bekken." In
het zuidelijke gedeelte van dit bekken, dat aan de overstroomingen van
de Donau minder was blootgesteld, stichtten de Romeinen aan de rivier
verscheidene legerplaatsen, waarvan twee tot belangrijke plaatsen opwiesen:
Carnuntum nabij de monding van de March en de Hongaarsche poort,
en Vindobona, dat het oude Carnuntum later over het hoofd zou groeien.
Dit Vindobona is later Weenen geworden. Zoo dateert dus de oorsprong
van deze stad, evenals die van vele steden aan Donau en Rijn, uit den
tijd der Romeinen.