Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
het aan producten zoo rijke Indie en het aan behoeften zoo rijke Europa.
De noordspits der Adriatische zee nadert de bronnen van de Donau-
bijrivieren tot op 12—30 mijlen, en de Donau zelf tot op 40 mijlen. Deze
omstandigheden hebben, inweerwil van de hooge gebergten, een levendig
verkeer tusschen Donau en Adriatische zee in 't leven geroepen. Adria,
Aquileja, Venetië en Triest, achtereenvolgens de hoofdhandelssteden van
het noordeinde der Adriatische zee, hebben altijd een drukken handel met
de Donaulanden onderhouden. De noordpunt dier zee is als 'tware eene
Donau-haven. Vandaar dat de Grieken meenden, dat een arm der Donau
naar de Adriatische zee liep. Door den spoorweg over den Semmeringpas
is die meening in zekeren zin tot waarheid geworden. Het noordeinde der
Adriatische zee en de Donau stonden van vroegsaf staatkundig in nauwe
verbinding met elkaar. Van de Adriatische zee uit rukten de Romeinsche
legioenen op naar het Midden-Donaugebied, waar ze dezen stroom tot de
noordgrens van hun rijk maakten. Van de Donau uit zochten de Hongaren
en de Oostenrijkers in 't bezit van de kusten dier zee te geraken. Nu
voeren verscheiden kunstwegen en spoorwegen uit de Donaulanden over
de passen en door de rivierdalen. Van de golf van Venetië of van Triest
uit overziet en regelt men het handelsleven van de grootste helft der
Donau, die zich in een grooten boog om de noordspits der Adriatische
zee uitstrekt. De voornaamste rivieren van het tiisschen-gelegen gebied,
de Drau en de Sau, dringen, terwijl ze groote wegen naar het oosten
vormen, tot in de nabijheid dezer golf door, en reeds ten tijde der Romei-
nen werd scheepvaart en handel op deze rivieren uitgeoefend, die tot
einddoel de kusten der Adriatische zee had. De Sau loopt gedeeltelijk met
die kusten evenwijdig en nadert deze op verscheiden punten nog meer
door de dalen van hare zijrivieren: Koelpa, Oenna, Verbas, Bosna en
Drina. Tegenwoordig evenals vroeger gaan langs deze rivieren karavanen-
wegen naar de Adriatische zee, waar ze aan talrijke kleine havens, als
Fiume, Zengg, Zara, Spèlato, Ragusa en C^ttaro, leven en bestaan
schenken. Deze havens van Dalmatië waren van oudsher de stapelplaatsen
voor den handel tusschen de Illyrische en de Transadriatische landen.
Gaan wij van 't zuiden naar de noordgrenzen van het Midden-Donau-
bekken, dan vinden we daar de groote bergmassa der Karpaten. In
"t noordwesten vormen deze een groot bergland, waarvan de Tatra het
midden is; in 't zuidoosten breidt zich het nog grootere bergland Zeven-
burgen uit, en deze beide, die tegen het verkeer naar 't noorden en oosten
een' dam opwerpen, worden verbonden door den bergrug der Midden-
Karpaten. Zuid- en westwaarts van deze berglanden ligt de Groote Hon-
gaarsche vlakte, die met hare rivierdalen de dalen en vlakten van Dnjestr
en Weichsel zoo ver nadert, dat nog slechts een woudrijke bergrug tusschen
beide overblijft. Door de laagten hierin vindt het verkeer der Theis- en
Donaulanden met de Weichsel-, Dnjepr- en Dnjestr-landen plaats. Vele
volken zijn van dezen kant het Donaugebied binnengebroken: de Magyaren,
de Mongolen en de Polen.