Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
S5
huiselijken kring bij voorkeur Poolsch worden gesproken, overal met Duitsch
terecht kan. Het wantrouwen tegenover vreemden, dat vroeger algemeen
was, komt tegenwoordig alleen nog bij hen voor, die hun geheele leven
niets anders doen en hebben gedaan dan veehoeden. Ofschoon de Masuren
over 't algemeen eerlijk zijn, houden velen het niet alleen voor geoorloofd,
maar zelfs voor verstandig, den buurman te bedriegen; trouwens zoo schij-
nen ook niet-Masuren wel eens over het begrip eerlijkheid te denken. De
Masuren gaan vlijtig naar de kerk, wat evenwel grof bijgeloof bij hen niet
buitensluit.
Het familieleven is patriarchaal. Vader en moeder worden geacht, en in
de meeste huisgezinnen wordt de vrouw meer of minder als hoofd beschouwd
en als zoodanig gehoorzaamd. Waar de drankduivel heerscht, komen wel
scènes van een minder teeder karakter voor, doch meestal heerscht in de
gezinnen liefde en eensgezindheid. Over 't geheel bezoeken de kinderen
de school vrij geregeld. De betrekking van heer en meesteres tot de dienst-
boden is hier ook al even als elders. In hoop op hoogere loonen
gaan vele dienstboden naar Mecklenburg en Elzas.
De kleeding der boeren is er in de laatste jaren vrijwat beter op gewor-
den, ofschoon vooral bij het verrichten van vuilen arbeid bij vochtig weer
nog het zelfgeweven grijze wollen kleed wordt gebruikt. De lange blauwe
jas met eene geweven bonte sjerp omgord, was vroeger de algemeene pronk-
kleeding, maar wordt nu alleen in den winter door de oudste boeren ge-
dragen; het jongere geslacht draagt dan meest een met laken of halfwollen
stof overtrokken pels of een zonder deze voering. Dat deze pels spoedig
vuil en leelijk van kleur wordt, spreekt vanzelf. De zoogenaamde „kolpak"
is als hoofddeksel verdwenen; des winters dragen de mannen pelsmutsen,
des zomers echter een hoofddeksel van laken. Laarzen worden ook door
de armste lieden gedragen. Om de warmte ontdoen de Masuren zich bij
den veldarbeid van de bovenkleeren, terwijl ze de voeten met lappen om-
winden om zich niet aan de stoppels te wonden. In huis dragen ze klompen.
De vrouwen gaan meest gekleed in rokken van door haar zeiven geweven
stof, maar een zijden kleed is bij de boerinnen tegenwoordig geene zeld-
zaamheid meer. Het zijden hoofddeksel maakt bij haar steeds meer plaats
voor sierlijker mutsen.
Danspartijen in de herbergen worden tegenwoordig door de boerendoch-
ters niet meer bezocht. Op sommige feestdagen, b.v. op den verjaardag
des konings, wordt er gedanst, en moge zulk een bal aan fijnheid tewen-
schen overlaten, wat welvoegelijkheid betreft, doet het voor bals onder
meer beschaafden niet onder.
De woningen, waarvan men ten onrechte nog wel verhaalt, dat ze in
den grond zijn uitgegraven, bestaan grootendeels uit hout, terwijl ze dan
met stroo zijn gedekt; maar in de kerkdoqien ziet men ook reeds vele
grootere steenen huizen. Alleen de arbeiders die werkzaam waren bij den
aanleg van den spoorweg, en die van verwijderde streken waren samenge-
stroomd, hadden zich in holen gevestigd, om zoo dicht mogelijk bij hun