Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
De onderfte oogleden zijn kleiner en minder
"beweegbaar ^ dan de bovenfte.
De nens wordt van boven aan tot aan hare
fpits toe altijd hoger ^ en van den rug van
den nens af tot aan de wungen altijd breeder;
het onderfte gedeelte van den neus vormt ee-
nen driehoek, welke door het neusfchot in
twee deelen verdeeld is.
Het neusbeen is hard en onbuigzaam.
De vleugels van den neus zijn buitenwaards
gebogen, week , buigzaam en veerkrachtig*
Het neusfchot is beenachtige buigzaam cn
beweegbaar.
De fpits van den neus is beweegbaar en
rondac''tig.
De wangen zijn rondachtig, week en veérkrach"
r, inwendig zijn zij rood^ glad cn vochtige
uitwendig zijn eenige glad^ andere gekerfd^
cenige rood^ andere bleek ^ cenigc vol ^ an-
dere ingevallen; bij tandpijn en andere ziekten
zwellen zij fomwijlen op,
Dc lippen zijn week^^ bevmgbaar ^ uitrek'
haar cn veêrkrachtig ^ inwendig zijn zij rood
glad en vochtig.
De voorlippen zijn rood cn droogbij vcr-
fchrikkingen, onmagt, ziekte en in den "dood
worden zij bleek. Door den wind cn in ziek-
ten, woorden zij dikwijls zoo droogs dat zij
bersten of openfpringen.
De kaaken zijn gebogen^ hard^ rood cn
vochtig.
De
^ FeerkracJnïg wordt elk lichaam genoemd, hetwelk, wan-
neer men het uitrekt, of indrukt, van zclvcn weder
in zijne vorige Helling tciugfpringt.