Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
hinrne eenvoudigheid voer het flaan van ee-
nen g:est aan de ninuren, en daarom voor
eenen voorbode der doods hielden.- JMee-
nig een. o.ud moedertje is om dezen armen
kever inde muuien zoo vérfchrikt geworden,
dat zij van fchrik voor den tijd gellorven is.
Zoude ecne van alle weder koomen, dan zou*
de dezelve zeker dit bijgeloof niet prijzen^
het v;elk haar in bet graf gebragt heelt, en
5;ij zoude zeker niet van. gevoelen dat
het bijgeloof, even als de godvrucht, tot alle
dingen goed is, en dat men het Volk-geene
foort van hetzelve uit het hoofd praaten moet.
Het is V/el waar, in een Gckkenliuis moet
m^n meiifchen, dicï zach^Unbeelden, dat zr§
van glas of boter zijn fdmêngedcld het laaten
gelooven, en zich in alles,, wat men bij hen
doet cn fpreekt, daar raar rigten: maar daar
mede is nog niet gezegd, dat men alles, wat
eenen Menschlijken adem heeft, van kindsbeen
af behandelen moet, ais of het van gias of
boter was famengefield. Neen! het is niet
de orde des. Mcnfchelijken Geilagts door de
akelige doodkleur des bijgeloofs tot recht en
tot orde te worden hencngejaagd , en henen-
gcfpookt, Van IMoiès af tot aan Christus
hebben alle Wijzen en IScielen het iVlenschlijk
Gefl.igt daarhenen zoeken te brengen, dat de-
ze heidenfche toeltand des Volks niet eeuwig
alj&oo blijve.
Geluidenj wcikc dc T^'^eeßagtige dieren geevcii.
De kikvorfclien kwakken, de flangen fisfen:
ccn groote Hang, naar niet in ons werelddeel,
hoort men raielen*
Wan-