Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
ratten tusfchen de inuurcn op en af loopen-j
£ii gaten in het hout knaagen.
Men hoort de kat njuiauv/en
Men hoorc den ezel giegaagen.
Men hoort het verken knorren enz,
Geluiden j die men van dc P^ogehn hoort.
Men hoort bijzonder uit haare ftem, en de«
ze is zeer vcrfchillende..
De hen kakelt, wanneer zij eier gelegd
heeft, en klokt, wanneer zij haare kiekens
lokt; de haan kraait, de gans kakelt, de
OjCvaar klept.
De papegaai praat, de tortelduif kirt , de
Xi'ü roept uhu, de koekoek roept kock-koek^
Sommige vogels, b. v. de meezen, de meer-
len, de" vink, de distelvink, enhet winterko-
ningje zingen: het gezang der leeuwrik noemt
men tierelieren, en het gezang van den nach-
tegaal—flaan.
Men hoort het fchoonfte vogelengezang op
fchoone lentemorgens in de wou.den, wan-
neer de bladeren fïil van den wind zijn: het-
zelve is zeer verfchillende, en heeft voor het
Mcnschlijk hart eene groote aantrekkelijkheid;;,
doch er zingt geen vogel, die vleesch'eet 5 en
geen die een pond weegt.
Geluiden, welke de Infc&cn. maaken.
In den zomer hoort men bijen , wespen ,
vliegen, en kevers op boomcn cn bloemen
en in het gras brommen; men hoort drn kever
in den muur, in het hout booren, welke daarom
doodgraver of doodklok heet, dewijl dc goe-
de menfchen in oude tijden, welke niet wis-
ten, van waar dit geluld koomt» hetzelve in
N 4 huu"