Boekgegevens
Titel: Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Auteur: Pestalozzi, Johann Heinrich
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, 1804
Opmerking: 1e stuk
Vert. van: Buch der Mütter, oder Anleitung für Mütter ihre Kinder bemerken und reden zu lehren. - 1803
Niet verder verschenen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1048 D 33
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200005
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalverwerving
Trefwoord: Taalverwerving, Kinderen, Aanschouwelijk onderwijs, Moeders
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het boek der moeders, of Handleiding voor moeders om haare kinderen opmerken en spreeken te leeren
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
en zingen. Hier door ineen ik wel nie.t, datv
men den armen niet moetleeren arbeiden; inte-
gendeel wordt daar door gemeend, dat men
liem liefderijk moet onderilcnnen, wanneer
men voor hem geen werk heeft; cn dan is
ïiOg iets hier over waar, op het welk men te-
genwoordig zelden denkt, naamelijk, dat die
gene alleen zijnen evenmensch menschlijk kan
keren arbeiden, die zelf menschlijk, en daar
doDr in Haat is, om den armüen armen den.
last van zijn werk tot vreugden te maaken.
In het ifille vertrek zingt de biddende moe-,
der vrolijke liederen van dankbaarheid en lief-,
de jegens haaren God.
Dikwijls gecven Menfchen, die het hoofd
zoo vol hebben, dat zij aan niets minder-
dan aan het zingen , denken , zangtoonen
van zich, zonder dat zij het weeten. Dik-
wijls gaat iemand in woedenden toorn de
kamer op en neder, en klinkt onderden üioe-.
venden neus uit den woedenden mond klan-
ken, als of hij zong - hij zingt niet,
maar laat zijnen toorn uit zijnen mond hoo-
ien.
Men kan hoog — met eene heldere ftem,
^of- i-net eene doffe ftem, ßerk-met
infpanning van zijne borst, en zacht--
zonder aanzetting van zijne borst zingen.
Kinde en en Vrouwen zingen gewoonlijk
booger en zuiverer, dan de Mannen. —^
In het zestiende, of zeventiende jaar breekt
den jongen de Hem, zoo dat zij beginnen moe-
Ten, doffer en dieper te zingen.
Op het veld zingt men gewoonlijk Hcr-
ier, daa iu eene kamer. De vrije lucht
maakt