Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JEREMIAS DE DECKEH. //
UW deu spaarzaamheid en berisping der kwasterijen
en overdaden.
(Fragment uit het Leerdicht : Lof der Geldzucht.)
In dit uitvoerig, geestig en satiriek Leerdicht voert dc geldzucht
zelve liet woord, om aan te toonen, dat zij aHeen de hefboom en
draaispil is van geheel het maatschappelijk zamenleven. De gedachten,
die wij in dit gedicht aantreffen, zijn scherpzinnig; de taal is zuiver
en de wij^^ van uitdrukking edel. De regels, welke hier volgen , ver-
dienen, beiialve wegens het zoo even gezegde, ook wegens de gezonde
denkbeelden en de levenswijsheid, die er in doorstralen, onze op-
merkzaamheid.
Ik (*) worde droef, ja gram, wanneer ik langs de weien
Mij zondaags nu en dan wal komende vermeijen ,
Om mij, der geldzorg (laas!) een weinigsken te ontslaan
Verneem, lioe guf en grof aldaar wordt aangegaan,
Hoe kuf en kroege krielt van magt van ambachtslieden,
Die, in de plaats van 't oor den predikstoel te bieden,
En in des Ileeren lïuis godsdienstelijk verzaamd,
Den rustdag heiliglijk te vieren zoo 't betaamt.
Hier op vier wielen *t geld verrollen en verbossen ,
Daar door een ijzren poort de vrucht huns zweets verklossen C^).
Als ik ook somtijds ga langs 't wijnhuis henenstappen.
En hoore tot op straat dc tiktakscliijven klappen :
Ach! (denk ik straks) die die zijn magtig om de mijn*
Ten buidel uit te slaan , hoe talrijk zij ook zijn
(*) Dc geldzucht, die in het gedicht als persoon wordt voorgesteld.
(') De vinding is zeer vernuftig, dat de geldzucht des zondags naar
buiten gaat, om zich van hare lastige bezigheden en zorgen een weinig
te verademen. (') Verkwistend. Eene gemeene kroeg. Hoop, me-
nigtc. Voor verhossebossen, een klanknabootsend woord. Door
middel van de klosbaan het geld verkwisten. Druk bezig. Mijne schij-
ven, mijn geld. C') Wij zien uit de schilderij, die ons in deze verzen
wordt opgehangen, dat er, ook ten tijde van onzen dichter, aan de
zeden der lagere volksklasse nog wel iets te verbeteren viel, en dat
dus diegenen zeer verkeerd doen, welke den ouden tijd in alle op-
zigten hemelhoog verheffen en onze tijden voor goddeloos cn zedeloos
uitkrijten. Wij gelooven in tegendeel, dat de volksbeschaving ondei-