Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
CONSTANTIJN' HUYGENS.
SCHEEPSPRAAT,
ten overlijden van prins malrits van oranje.
In deze dichtregelen wordt onze Staat bij een schip vergeleken, dat
zijnen stuurman, Mouring (Prins maurits) , verloren, maar eenen ande-
ren, Mooi Heintje (Prins frederik Hendrik), in deszelfs plaats bekomén
heeft. — liet denkbeeld, om den Staat bij een schip te vergelijken,
was ook ten tijde van iiuygens wel niet nieuw meer j maar onze dich-
ter heeft hetzelve alleraardigst uitgevoerd, de beelden goed volgehou-
den en zich van een oud-Hullandsch volksdialect bediend, waardoor
aan het geheel veel naïviteit wordt bijgezet.
Mouring, die de vrije schepen
Van de zeven-ltndsche huurt
Veertig jaren, onbegrepen
Onbekropen heeft gestuurd-,
Mouring, die ze door de baren
Van zoo menig tegentij
Voor den wind heeft leeren varen ,
Al en was 't maar wind op zij.
Mouring , schipper zonder weerga ,
Die zijn onvenvinlijkheid,
Waar de zon op, waar zij neerga.
Te aller ooren heeft gespreid
Mouring , die de zee te naauw hiel
Voor zijn zeilen en zijn want,
Die de vogelen te gaauw viel,
Al bezeilde hij maar 't zand (*').
Mouring was te kooi ekropen C^),
En de eindelooze slaap
(') Zeven Vereenigde Provinciën, Onberispelijk. (') Zonder zich te laten
misleiden. (■*) Zoo ver heeft verbreid, dat zij tot aller ooren gekomen is.
De dichter herhaalt den naam van maurits met opzet zoo vaak,
om daardoor de aandacht van den lezer gespannen te houden, en te-
vens gelegeniieid te hebben, de deugden cn bekwaamheden van dezen
grooten oorlogsheld te verheflen. (®) Al kwam hij ook niet altijd in de
gewenschte haven. (') Te kooi gekropen, voor gestorven; eene wijze van
.^preken, die hiei juist op hare plaats is.