Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
-iS JOOST VAN DEN VONOEL.
Misgunt men 't grijze hoofd, dat het met Rachels kroost
Wat spelende, voor 't end zijn'. ouderdom vertroost
Met zulk een wintervrucht wat hindert dat ons allen?
't Is vaders zinlijkheid die is op 't kind gevallen.
Natuur heeft dezen knaap wat meer dan ons gegund,
't Gewas valt niet aleens: en acht men dit een punt
Wel waardig om zoo zwaar te wegen en te wikken,
Om 't hart tot woèn, de vuist tot moorden aan te prikken?
Heeft hij den vader iets gulhartig aangehragt,
Zijn meening was nooit kwaad, of niet, gelijk men 't acht
En opneemt, om terstond zoo grimmig op te stuiven.
Dat kind is zonder gal, gelijk de simple duiven;
Een bloem van zestien jaar, of naauwlijks zeventien.
Te trappen op het veld, daar 't God en de Englen zien?
Ai, broeder! hoor naar mij: laat die gedachten varen.
Al had hij schuld, verschoon den jongen om zijn jaren,
Om zijne onnoozelheid, om vaders hal ven, of
Om God, die 't leven gaf en adem blies in 't stof;
En (heb ik iets verdiend) verschoon hem mijnenthalven.
En help mij naar uw magt, dien wrok, die wonden zalven
judas.
Zal ik om Josephs wil mij steken in gevaar
Van 't leven? neenl dat pak valt mijnen hals te zwaar.
Lust u een proef te doen tot redding van zijn leven:
Begin vrij ik zal u daarin niet tegenstreven,
Noch 't vonnis hinderen; maar aanzien met geduld
Het algemeen besluit; zoo draag ik scha noch schuld (-").
(*') Zoo wordt joseph hier dichterlijk genoemd, omdat jacob hem in
zijnen ouderdom had gesvonnen. Zie Oen. XXXVIl : 3. Genegen-
heid. Help mij, zooveel gij vermoogt, om den toorn der broeders tot
bedaren te brengen en de vonden tc heelen, die zij meenen ontvangen te heb-
ben. — Met welk eene hartelijkheid spreekt ruben in de voorafgaande
regels voor joseph; hoe nadrukkelijk weet hij hem te verontschuldigen;
hoe gemoedelijk schildert hij de vreugde van den ouden jacob af in het
bezit van zijnen zoon en de onschuld van den knaap! Neen! er kun-
nen geene verzen geschreven worden, meer vol van teedere, gevoelvolle en
toch krachtige poëzij dan die: misgunt men 't^ grijze hoofd, enz., en dan
de ovcrschoone regels: dat lind is zonder gal, enz. Jidas wordt