Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
M DIIÏK RArEÏ.SZ. CAMPHUYSEN.
Viin ongoddelijk vermaken,
Zelfs voor onz' natuur verdriet
Spreken nu mijn rijmen niet.
Maar alleen van zulke zaken,
Die in zicli noch kwaad noch goed ,
Zijn een speeltuig in 't gemoed.
De een heeft lust in ver te varen C'),
De ander koestert hond of paard ,
Deez' doorgrondt der dingen aard ,
Die Jjemint gezang en snaren;
Sommig vogelvangt en vischt,
Menig stookt en alchimist
Hier hemint men fraaije boeken,
Ginder 't mooije huisgeraad,
Daar een nieuwe tijnkjes-praat ('■'),
Elders 't diepe onderzoeken;
Ovei'al, of dit en dat:
Nergens, of men vindt er wal.
Üws gebuurmans lust is tuinen
Of te zien op kruiden kracht:
Uw vermaak is op de jagt.
Of met fret en net in duinen (*');
Rijmpjes maken is het mijn (*-);
Met een woord: elk heeft het zijn!
eii nienscbkundig, zonder juist eene hooge vlugt te nemen; men zal dit
reeds dadelijk in den aanvang en ook verder in het vervolg opmerken.
Zoiidigc. Die verdriet of smarte haren voor onze zinnelijke natuur of
voor ons ligchaam, Speelgoed; zulke onverschillige vermaken, waar-
van het gemoed of de ziel zich bedient tot uitspanning en veistrooijing.
(') Uitnemend welgekozen zijn de onderscheidene voorbeelden , welke
in dit vers en de beide volgende worden aangevoerd, ten bewijze, dat elk
zijne bijzondere liefhebberij heeft; bovendien zijn zij zeer los en gemak-
kelijk bij elkander gevoegd. Legt zich op het goudmaken toe. Het
zoeken naar den steen der wijzen, of naar de kunst om goud tc maken,
was eene dwaasheid van vorige eeuwen, ISicuwsiijdingspraatje, krant-
praatje. Tuinieren. (") T. w. om konijnen te vangen, ('-) De wen-