Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
DIRK RAFELS/. CAMPHUYSE>. 31)
Ach! had de mensch (zoo waar zijn stand ('')
Vol hart- en zinnenvreugd),
Of zonder deugde, min verstand.
Of Lij 't verstand, meer deugd
Ach! waren alle mensclien wijs,
En wilden daarhij wel I
Deze aard' waar' hun een Paradijs,
Nu is ze meest een Jïel
s l> e l s m a t e.
Het spreekwoord: dk heeft zijn stokpaardje, of elk heeft eene pop, uaar-
mede hij speelt, wordt in deze dichtregelen, die over het geheel gemak-
kelijk en ongedwongen zijn van versbouw, uit een zedekundig oogpunt
beschouwd. De vrome en zinrijke dichter deelt ons, bij deze gelegen-
heid, zoo vele voortreffelijke lessen en verstandige opmerkingen mede
tot besturing van hart cn leven, dat er inderdaad in dit klein gediclit
een groote schat van levenswijsheid ligt opgesloten. Hij heeft het Spcls-
uiate, of maat in het spel, betiteld, om daarmede de voornaamste les aan
t« duiden, die liij ons in dit stukje geeft.
Elk heeft zijn Lijzonder drijven ('),
Elk heeft zijn Lijzonder lust,
Daar zijn geest op werkt en rust.
Die hij gaarn het liefst laat blijven (-),
Daar hij gaarn van spreekt en kweelt;
Elk heeft wat, daar hij mee speelt
Zoo zou zijn toestand zijn. Wie zou niet met camphuysen wen-
schen, dat dit laatste over het algemeen het geval mogt zijn, en wie zou
hem dan niet toestemmen, dat 's menschen toestand beter zou wezen ?
Men vergeve het den dichter, wanneer hij dit liefelijk lied met eene
al te zwaarmoedige uitdrukking mogt eindigen j de vervolgingen wegens
de Godsdienst, die ook hij, als Remonstrantsch Predikant, van de Contra-
Remonstranten moest verduren, maakten deze aarde dikwijls voor hem
tot een verblijf van ellende cn smart.
(') Eigenlijk bedrijf; hier voor vermaak. (-) Waarmede hij het meest
imjenomcn is. ('•) Camdidysen is in al zijne gedichten ernstig, verstandig