Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOll CATS. 13
Maar iemand, die liet wel beziet,
Die vindt een hout en anders niet.
Hoe menig rijdt er op een' stok ,
Hoe menig zit er op een blok ,
Hoe menig woont er in een' poel,
En meint het is een Koningsstoel;
Veel rijden , schoon zij gaan te voet:
Hun paard, dat is een hooge moed (•'*).
DE TOL.
De tol draait lustig op den vloer,
Gegeeseld door een vinnig snoer*,
En hoe dat iemand harder slaat,
Hoe dat hij beter ommegaat;
Maar laat de zweep een weinig of,
Zoo valt hij neder in het stof.
En doet voortaan niet eenen keer ,
Maa- is een blok (*) voor immermeer
Men past nooit beter op het stuk
Als in verdriet en ongeluk.
Want leeft er iemand zonder pijn.
Die roest terstond van ledig zijn (-).
Ziet! waar een welig mensche rust.
Daar zijgt het herte naar den lust
een geworpen steen , een geschoten pijl en een gesproken
woord zijn niet te herroepen.
Wanneer de pijl is in de lucht,
De snelle vogel op de vlugt,
(5) Geestig en oen weinig bijtend gezegd!
(*) Een dood stuk hout. (') Het gaat hem als het ijzer: rust het, zoo
roest het; de vergelijking is wel gekozen. Als een welig mensch niet
krachtig aartgespoord wordt tot zijn* pUgt, neigt zijn hart tot kwade be-
geerten.