Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 J\COB CATS.
Ciij daarom, vriend! let op uw stuk,
En past wel op het vlugtig luk
Terwijl het voor uw deure klopt.
Trekt, visscheri trekt, ten\ijl het nopt
SPKINGT NIET VERDER DAIS UW STOK LANG IS.
Vriend! die hier staat aan deze sloot,
Mij dunkt zij is u wat te groot-,
Aleer gij dan uw' sprong begint.
Zoo maakt, dat gij u wel verzint,
Zoo maakt, dal gij de gronden weet,
Zoo maakt, dal gij het water meel (*):
Maar let vooral, o góede man!
Hoe ver uw polse reiken kan;
Want veel te pogen zonder raad.
En ver te springen zonder maat.
En zaken aangaan boven magl,
Dat brengt er menig in de gracht
HET STOKPAARDJE.
Het kind , dat op een stokje rijdt,
En met een' stok een stokje smijt ('),
Meint dal hel drijft een moedig paard.
Wel duizend Fransche kroonen waard;
(5) GeM-. (6) Ook in dit stukje lieeft onze dichter weder een be-
kend spreekwoord fraai opgesierd en met nuttige lessen doorweven.
(*) De woorden zoo maakt worden hier driemaal herhaald; onze
dichter bemint dergelijke herhalingen, en wie, die hem leest, zou ze
uit zijne gedichten wegwenschen! — Ook op hl. 16, 23, 27, enz.
zijn zij ons voorgekomen, van welke inzonderlieid de eerste geacht
moet worden, veel levendigs en schilderachtigs aan het nestelen van den
ooijevaar bij te zetten. (®) Polsstok, springstok, (') Ook in dit stukje wordt
de kracht en beteekenis van een leerzaam spreekwoord , gelijk in de
beide voorgaande, aanschouwelijk voorgesteld; de les, door den dich-
ter gegeven, is daarom vooral behartiging waardig, omdat de dagelijk-
sche ondervinding maar al te dikwijls zijne woorden bevestigt.
(*) Slam. (-) VerbeeUlt zich.