Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOll CATS. 13
Terwijl hij dit in gramschap zeit,
En met den hemel staat en pleit,
Een eikel hoven uit den top.
Die valt den kinkel op den kop C^),
En maakt een' put in zijnen hoed,
Des zoo verschiet zijn innigst hloed ,
En hij zeid': God vergeef het mij
Ik spreke los en al te vrij,
Ik spreke tegen uw heleid,
En dat ik zeg, heeft geen bescheid;
Want hadd' het naar mijn' zin gegaan ,
Het ware nu met mij gedaan
Eilaas! mijn onbesuisde lioofd,
Dat ware van zijn brein beroofd.
Ik lag dan met den neus in 't zand
Alleen door enkel onverstand.
De mensch is dikmaals zoo gesteld.
Zoowel in stad als op het veld ,
Dat hij verscheiden dingen ziet,
En 't meerendeel en prijst hij niet;
Het schijnt, indien hij scheppen mogt
Den hemel en de gansche locht
Het aardrijk en het jeugdig groen ,
Hij zond' het vrij al beter doen ('*).
Gij, stof en asch! gij aarden pot!
Gij oordeel vellen over God!
(') De juist niet bij uilstek beleefde of holTelijke woorden kinkel en
hop zijn den dicliter niet maar zoo uit de pen gevallen ; zij zijn door
liem met opzet gekozen, waarvan de redenen niet moeijelijk te vinden
zijn. (®) Hier en vervolgens spreekt het hartelijk berouw uit den dwazen
bediller, waarin het te wenschen ware, dat hem allen, die hem gelijken»
navolgden; beleid is nijsheid. fVare de pompoen, in plaats van den eikel,
mij op het hoofd gevallen, het had mij het leven gekost. Lucht, damp-
/.ring. ('*) Dat is, helaas! maar al te waar, wijze Vader cats! en die
hoogmoed en <lwaasheid van den sterveling verdienen wel de ernstige
berisping of I>cslralTing, waarmede gij deze vertelling eindigt.