Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
li JACOB CATS.
OP DEN DOOD VAN MIJN MUSCHJE. ■
Wij lierinneren ons niet ooit iets gelezen te hebben, dat in geestig-
heid van vinding en kinderlijke eenvoudigheid met dit stukje verge-
leken kan worden. Allerliefst is de beschrijving van het vriendelijke
en aardige muschje, en van de wijze, op welke de dichter deszclfs
uitvaart gevierd wil hebben. De verzen zelve zijn bovenmate zangerig
en zoetvloeijend.
Mijn geest, die is geheel Ledrukt (*)
» Om zeker droef geval,
De dood heeft van mij weggerukt.
Dat mij was liefgetal :
Een jonge musch, een vrolijk heest,
Dat was tot mij gewend;
Dat was in mijnen jongen geest
Al vrij wat diep geprent.
Het kwam mij springen op den sclioot.
Het dronk uit mijnen mond.
Het sirkt het scheen, het eischte brood,
Totdat het spijze vond:
Dan scheen 't eens of 't mij bijten wou,
Zoo vinnig kwam het aan,
Maar 't beestje, dat had straks berouw,
Zijn gramschap was gedaan.
Het welig dier, die zoete musch,
En zocht maar enkel spel,
Zijn beet veranderde in een' kus.
Dat greit mij bijster wel.
Maar ziet nu is het beestje dood,
Ach, wat een groot verdriet!
De lust en vreugd van mijnen schoot,
Die is nu gansch te niet p).
(*) Men ga den aanvang niet onopmerkzaam voorbij: dezelve is over-
eenkomstig het onderwerp, klagend en treurend. Aangenamn; lief-
getal beteekent eigenlijk iemand, die onder de lieven of beminden geteM
wordt. (5) Tjdptc, (*) Behaafjdc. Zou het dartelend spelen en lief-