Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOll CATS. 13
ï)e keukenmeid wordt dit gewaar
En maakt terstond een groot geLaar-,
Zij roept, dat hij den regenbak,
Zij roept, dat liij het gansche dak,
Dat hij de keukenschouw bederft.
En ziet daar is het al verkerfd (■'*),
Het gansch gezin dat wordt gevraagd,
Of hij niet weg en dient gejaagd?
Maar ziet juist onder dit getier.
Zoo zie ik, dat een minder dier,
Een kleine musch, naar dat ik merk,
Is doende met het eigen werk,
Maar vrij niet op dien eigen' voet,
Gelijk de groote vogel doet:
Ik vinde daar groot onderscheid ,
Dat mij lot dit gedachte leidt:
Wat heeft de groote ooijevaar
Voor hem en voor zijn wederpaar.
Wat heeft de vogel al van doen?
Jiij raapt en graapt C*) het dorre en groen \
Hij trekt en sleept, ik weet niet hoe;
Hij tast aan alle kanten toe-,
Hij timmert uitermate hoog-,
Maar dit verwekt een nijdig oog ;
Dat stelt den vogel in gevaar,
Gelijk men heden wordt gewaar.
Maar, lieve vrienden! komt eens hier
En ziet de musch, een tanger dier-,
(*) Verkorven,' nu is alles onklaar. C^) Overdenking; het woord gedachte
staal hier onzijdig als lijdend deelwoord van den verleden* lijd. (®) Men
duide het Vader cats niet ten kwade, dat hij in dc volgende regels met
andere woorden herhaalt, wat hij reeds eenmaal gezegd heeft: dat is zoo
zijne manier, zonder welke hij geen cats zou zijn. Grijpt; de
gelijkklinkende woorden rapen en grapen zijn met opzet gekozen; onze
dichter bemint, bij uitnemendheid, dergelijke woorden, tot versiering
zijner geschriften. (•*) Op dit oogenhlik. Tenger, klein.
Q