Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JACOll CATS. 13
Waar is het schoon gebouw, dat lag ter regterhand?
Waar is het altemaal? Dus stond hij vast en maalde,
Totdat hij op het laatst de regte gronden vandj
Totdat hij kent het beest, waarop hij kwam gereden.
En al den handel ziet door klaarheid van den dagj
Toen wist de jongeling, toen wist hij eerst de reden,
Waarom hij niet en vindt, wat hij te voren zag.
Let vriend! wat dit beduidt, het zal u mogen sterken :
De man is ieder mensch-, de schildpad is de tijdj
De slaap ons dom verstand, dat niet en kan bemerken,
Hoe vaardig even staag (") ons leven henen glijdt j
Dit heb ik eens geproefd , al overlang geleden,
Ik kwam toen met ter haast te Leiden in de stadj
Daar ging ik langen tijd door al de straten treden ,
En waar ik andermaal eens goede vrienden had;
Maar wat ik zoeken mögt, het einde was verloren (*'*),
Een ieder was verhuisd of in des doods gebied:
Mij dacht, de gansche stad en was niet als te voren,
Want binnen Leiden zelfs en vond ik Leiden niet
Helaas! terwijl de mensch gaat hier en ginder woelen,
Ontslipt hem even staag, ontghpt hem menig jaarj
Wij worden oud (och arm!) ook zonder ons gevoelen,
En veeltijds als men 't is, dan wordt men 't eerst gewaar
De uurwijzer gaat gesta^, men ziet hem niet bewegen-,
De boom, weleer een rijs, wordt ongevoelig groot :
't Is even met den mensch, 't is even zoo gelegen,
Een slaap, een diepe slaap, die leidt hem naar den dood.
(3) Toedragt der zaak. Men lette er op, hoe nuttig het verhaal
op den mensch wordt toegepast. Gedurig. Ondervonden. Voor-
dezen. Cats had te Leiden gestudeerd. (**) //; bei-eikte myn doeluit niet.
Aardig uitgedrukt, om aan te toonen, dat hem de stad geheel
vreemd geworden was. De beide woorden; ontslipt cn ontglipt, die,
ten naasten bij, van dezelfde beteekenis zijn, worden hier met oordeel
gebruikt j zij moeten dienen om den gedurigen cn onmerkbai-en spoed
des tijds aan te wijzen. Helaas! Eene opmerking, welker waar-
heid door eiken grijsaard zal worden bevestigd. Dc uurwijzer cn
de boom zijn juist gekozene beelden, almede voor den ongcvoeligeii
voortgang des tijds.