Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
PIETEU COUiNELlSZOOiN HOOFT, 9
kleine proeve van hooft's dichttrant in deze soort van verzen , waarin
het vernuftige, geestige en kunstige de hoofdrol spelen.
In de bladen van een roosje
Vindt gijj o mijn zoetste Troosje
Kleene gift. Waar zij groot
Als de gunst te kleen een doosje
Waar de gansclie wereldkloot
GRAFSCHRIFT VAN DEN ADMIRAAL JAKOB VAN HEEMSKERK.
Heemskerk, die dwers door't ijs(^) en't ijzer darde(3) streven,
Liet deeer aan'tlandjliier('^)'l lijf,voor Gibraltar (^)hetleven(*^).
OP het BEELD (afbeeldsel) van den heere GERARDUS VOSSIUS,
Een inborst blanker nog van deugd
Dan 't hoofd van vlokken, die 't besneeuwen.
Draagt vossius (*). O Griek! wat meugt
(*) Vriendinnetje. Genegenheid, vriendschap, (') Eene geestige vinding,
om zijne groote genegenheid uit te drukken.
Dtvars door de ijsschollen. "Heemskerk ondernam in den jare 1596
een' togt naar de noordpool, in gezelschap van Willem bare.nds en jan
kornelisz. rijp^ wat hij op dien togt met zijne spitsbroeders heeft door-
gestaan, is ons fraai beschreven door h. tollens, cz., in zijn meesterlijk
en algemeen bekend dichtstuk; De overwintering der Niederländers op ova-
Zembla, (2) Vijandelijke kogels, Durfde, (*) T. w. in de Oude Kerk
te Amsterdam, waar hij begraven ligt. (®) Van heemskerk werd voor Gi-
braltar, waar hij in 1607 de Spaansche vloot had aangetast, het linker-
been afgeschoten, waaraan hij nog vóór het eindigen van den slag, in
welken de onzen eene luisterrijke overwinning behaalden, overleed.
(®)Men lette er op, dat dit Grafschrift in een' mannelijken en stouten toon
gesteld is, gelijk de held is geweest, tot wiens eer het vervaardigd
werd.
(*) G. vossius, eerst Hoogleeraar te Leiden en later te Amsterdam, was
een tijdgenoot van onzen dichter. Gelijk zijn hoofd blank is van witte
vlokken haars, waarmede het als besneeuwd schijnt te zijn, zoo, en nog blan-
ker, is zijne inborst van deugd; eene groote lofspraak, krachtig en treffend
uilgedrukt.