Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
8 PIETEU CORNELISZOOIS HOOFT.
Slaap, spijs en drank zijn noodig om te leven;
Maar matigt haar, naar 't eischen van den nood,
Want, zonder dat, zij doen zeer dikwijls sneven.
Een slapend mensch scheelt weinig van een' dood
Een slemper, met goed voedsel, wordt vergeven
Gelijk als een, die wandelt Lij de wegen.
Indien hij, met het oog, geen acht en geeft
Op 't geen, dat voor zijn voeten is gelegen.
Ligt struikelt, en in put of grafte sneeft:
Zoo dijt hun doen, die onLedachtheid plegen
Raad is het oog der ziele Die dat luiken,
Hun welvaart meest verbrodden niet alleen;
Maar vaak den stand van een gemeent' verstuiken f").
Het wreevle luk treft allerminst degeen'
Die, naar den geest, voorzienigheid gebruiken
op de eerste kerse?« van den zomer, gezonden
in een doosje met rozebladen.
Men beschouwe de stukjes, die wij hier nog laten volgen, a4s eenu
verzen dichterlijk voor als eene Koningin, aan welker Hof degenen, die
zich met aanhoudendheid op hunne verbetering toeleggen, worden opge-
nomen en eene duurzame vreugde genieten ; waarlijk een bekoorlijk denk-
beeld! Van dit couplet mag, inzonderheid de laatste regel, nieuw
gedacht worden genoemd. Zoo ge^t hun dom dengenen tot nadeel, die
onbedachtzaam zijn; de vergelijking in de voorafgaande regels k goed ge-
kozen en fiksch gesteld, ('o) Wat het oog is voor het ligchaam, t. w. een
wegwijzer of gids, dat is raad of verstandig overleg voor de ziel; kan er meer
in minder woorden gezegd worden? Die het oog der ziele sluiten, be-
derven niet alleen doorgaans hunne eigene welvaart; maar zij werken ook dikvAjls
len nadeele van den toestand eener geheele maatschappij. (*-) Het booze on-
geluk. Zouden deze Zederijmen niet verdienen, dat men dezelve zich
in hoofd en hart ging prenten? Ons dunkt, men wordt tot het eerslc
aangespoord door derzelver fraaiheid en tot het laatste door dcrzelver
nuttigheid. Welaan! past dan ook op u toe, jeugdige vrienden! het-
:;een onze dichter zoo juist en kernvol gezegd heeft: Wellevens kunst
wordt niemand aangeboren.'