Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
INLEIDING. XV
en aan wiens Lemoeijingen , met die van bellami en
NiEuwiiAND, onze Dichtkunde hare herstelling uit een' staat
van verbastering te danken heeft. Het zou ons gemak-
kelijk gevallen zijn, bij dit vijf en twintigtal Dichters er
nog meer te voegen want men moet zich inderdaad ver-
wonderen over de groote menigte van treffelijke beoefenaars
der Poëzij, die ons Land, zoo klein in omvang, heeftop-
geleverd. Maar wij wilden u niet door de veelheid van
namen verwarren; wij hebben er ons meer op toegelegd,
om u met den geest van eiken Dichter bekend te ma-
ken, door u één of meer stukjes van hem aan te bieden.
Daarom raden wij u aan, dat gij dit boekje niet vlugtig
leest, of er ter loops hier en daar een gedichtje uitkipt,
maar dat gij, van voren af beginnende, eerst elk stukje,
met de aanmerkingen, die er boven en onder geplaatst
zijn, aandachtig en bedaard naleest. Hebt gij op die wijze
een stukje leeren verstaan , leest het dan nog eens weder
in zijn geheel over, om er het schoone en belangrijke
zelve van te gevoelen, en gaat zoo tot een volgend over.
Het opvolgen van dezen raad zal u wel eenige moeite
kosten, en, ondanks de vele aanmerkingen, zult gij nu
en dan uwen Onderwijzers nog weieens om inlichting moe-
ten vragen, maar uwe moeite zal rijkelijk beloond worden.
Zietdaar, lieve lezers! wat wij u vooraf wilden herin-